ZONDAGEN

Als ik mijn zondagen van zo’n zestig jaar geleden vergelijk met die van nu, zie ik bij alle veranderingen verrassende lijnen doorlopen.

De Gereformeerde zuil kleurde mijn jeugd. Mijn kinderlijf zat twee kerkdiensten per zondag uit. Behalve collectemuntjes kreeg ik per dienst vijf King-pepermunten mee. Ik leerde anderhalf uur in te delen in kwartieren.

Mijn zuil was opvoedend ingesteld. Tussen de kerkdiensten door ging ik naar de Zondagsschool. Ik werd verliefd op de juf. Vanaf mijn twaalfde kwam ik op de Knapenclub, een woord dat mijn tekstverwerker nu rood onderstreept. Ik leerde er inleidingen te houden en notulen te schrijven. Na mijn zestiende was er de Jeugdvereniging, voor nog meer theologische kennis – en meer verliefdheid. Ik was gelukkig. Vastigheid bracht welbevinden.

En nu? Ik ga nog steeds op zondag naar de kerk, bij mijn Doopsgezinde Gemeente Zeist, dus bij ‘die vrijzinnigen’ die ik ooit in een inleiding verketterde. Ook de Doopsgezinden van nu koesteren hun identiteit, maar zonder de exclusiviteit die mijn zuil destijds typeerde. Hun geloofsstijl rust niet op dogma’s, maar op vrijheid van zingeving. Waar in de kerk van mijn jeugd de blik naar binnen was gericht, zie ik nu bij de Doopsgezinden de vensters naar buiten wijd open staan, voor andersdenkenden en voor wat in de samenleving omgaat. Toch is men zelfbewust deel van de christelijke traditie.

Komende zondag ga ik, net als vroeger, twee keer naar de kerk. ’s Morgens is er een kort ochtendgebed, voorbereid door twee gemeenteleden. ’s Middags wordt de eerste lezing gehouden in een cyclus over ‘Religie en Kunst’. Marcel Barnard maakt ons in een soort TED-talk wijzer over ‘Jezus en de moderne kunst’. Na een muzikaal intermezzo is er discussie. Daarna drinken we een glas sap of wijn.

Eigenlijk heeft mijn Gereformeerde opvoeding mij prima voorbereid op mijn huidige Doopsgezinde bestaan…

118-050216

NB In verband met spam worden reacties op columns in eerste instantie alleen door André Droogers gezien.

5 reacties op “ZONDAGEN

  1. Geachte heer Droogers / beste André,

    Als katholiek en opgegroeid in de jaren vijftig (rijke roomse leven) beleefde ook ik de zondagen met een “hoogmis” en soms in de avond het “lof”. Tussen die twee diensten was na de “hoogmis”, koffiedrinken, een borreltje voor opa en mijn tante en vervolgens een driegangenmenu. Naast zingeving, een huis voor iedereen met veel gezelligheid. Dit alles voelt voor mij nog steeds als een “warme deken”.

  2. Dag André,
    Wat lijkt jouw jeugd toch op die van mij. Ook een Geref. jongen, boerenzoon in Groningen, 2x zondags naar de kerk, pepermunt’n pakk’n, cent’n pakk’n en daar ging je, eerst met je ouders, later met vrienden van de Knapenclub, nog later de Jongelingsvereniging. We hingen als opgroeiende jongens min of meer slapend in de banken of zaten te klieren in de kerk en ds de Zwart had maar last van die onrustige jeugd naast zijn kansel op de galerij. Soms trad het hoofd van de Lagere Landbouwschool op; de man had gezag. Zijn zoon werd later mijn zwager. Onze gesprekken gaan vaak over die jaren. Op de Jongelingsvereniging heb ik eens een inleiding gehouden over het boekje van ds. Hegger, een Katholieke priester die Protestant werd en geen goed woord meer over had voor zijn achtergrond als Katholiek. Hij beschrijft die overgang in “Moeder, ik klaag u aan’. Tamelijk kritiekloos volgde ik zijn visie, tot een vriend van mij er stevig tegen in ging en feilloos aanvoelde dat ik wel erg eenzijdig met de schrijver meeging. Daarmee begon in mij toch een soort omwenteling in denken en geloven. Ik heb die zoektocht nooit opgegeven, maar het heeft veel tijd en energie gekost om een eigen weg te vinden. Eigenlijk houdt dat nooit op. Aan mijn (klein)kinderen zie ik dat zo’n lange weg niet meer past bij deze tijd.
    Bert Tolsma

  3. Dat lezende denk ik dat je macht heb verruild, veranderd in spel. “Spelend voor Zijn Aangezicht” kan nooit kwaad maar “vrijheid van zingeving” kriebelt bij mij. Hoe vul je dan “zelfbewust in de christelijke traditie” in? Een dogma is er niet zomaar, het is een uitgeplozen leerstuk, dat traditie als zinvol aanreikt. Natuurlijk moet je een leerstuk van de kerk niet – laat me zeggen – absoluut hanteren, maar er mee proberen om te gaan, de betekenis, zin, leren kennen. Kan dat ‘zomaar’ vrij?
    Bij vrijheid vraag ik me meteen af of die vrijheid niet een reactie is op opleggend gezag. Dan is er geen balans.

    • Natuurlijk loopt vrijheid van zingeving al snel langs platgetreden paadjes, zoals bij de Doopsgezinden de volwassendoop en inspanning voor vrede. En natuurlijk wil men expliciet christelijk zijn en niet algemeen religieus of zoiets. Af en toe wordt in Doopsgezinde kringen verwezen naar Menno Simons (1496-1561) en zijn zgn. Fundamentboek, ‘Dat Fundament des christelycken leers’. Daarin wordt 1 Kor. 3: 11 centraal gezet: ‘Want niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt – Jezus Christus zelf’. De doperse traditie reikt dat zinvol aan, inderdaad.

      Waar het me om gaat, is dat afwijkende meningen niet zo snel verontrusten en ook niet slechts voor kennisgeving worden aangenomen. Meer de mentaliteit dus dan de onvermijdelijke invulling en praktijk. Misschien zijn Doopsgezinden te lang verketterd om zelf te kunnen verketteren…

      Macht en de vrijheid om te spelen met betekenissen en zingeving zijn inderdaad vaak tegengesteld, vooral als het gaat om wat ik doelmacht noem, in tegenstelling tot middelmacht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *