WAT IS DE DEFINITIE VAN MACHT? – Over definitiemacht in religies

Wat is macht nu eigenlijk? Wetenschappers dragen definities aan, maar iedereen die met macht te maken heeft, heeft zelf ook wel een idee. Wie macht uitoefent, heeft een heel andere kijk op macht dan wie ondergeschikt is. Machthebbers genieten definitiemacht. Zelfs en vooral in religies.

De balkonscène na de verkiezing van paus Franciscus is een voorbeeld van wat er rond religieuze macht allemaal kan gebeuren. Met een eenvoudig ‘goedenavond’ werd het beeld van de in hoogheid gezeten, afstandelijke heilige vader vervangen door dat van een vriendelijke, aaibare heilige vader. Dat de nieuwe paus iets met armen en armoede heeft, zorgde ook voor een verschuiving in het beeld van de kerkelijke machtspraktijk. Als vervolgens de Utrechtse kardinaal voor de contrastwerking zorgt, bijvoorbeeld rond een mogelijk bezoek van diezelfde paus aan ons land, dan wordt de dynamiek van de macht nog duidelijker. De grote vraag is wat deze paus gaat betekenen voor de kerkelijke machtsverhoudingen, te beginnen in het Vaticaan, maar vervolgens wereldwijd. Intussen vormt iedereen die dit volgt zich een eigen beeld van kerkelijke macht. En de nieuwe paus ontdekt zijn eigen definitiemacht, over macht èn over alle andere kerkelijke zaken.

Een ander voorbeeld. Kerksluitingen doen zich overal in het land voor. Die geven plaatselijke machtsverhoudingen een nieuwe impuls. Natuurlijk zijn er formele regels voor zulke besluiten. De machtsprocessen zijn meestal goed geregeld en het is duidelijk wie welke macht heeft. Achter en onder zo’n formeel machtsproces speelt zich echter een informeel gebeuren af. Dat vindt plaats bij het koffie drinken na mis of dienst, op verjaardagen, in de pauzes van vergaderingen. Daar wordt bijvoorbeeld naarstig gezocht naar mazen in de regelgeving. Ook de kerk kent achterkamertjespolitiek. Uiteindelijk zien sommigen hun voorkeursbesluit gerealiseerd, terwijl anderen zich zwaar genomen voelen. Het machtsspel is gespeeld en alle betrokkenen hebben aan de hand van hun eigen ervaringen een bepaald idee over hoe macht werkt.

Hoewel macht ruim voorhanden is in de religieuze context, spreekt het godsdienstig jargon niet zozeer van de macht van mensen, maar veeleer van God, goden en geesten. Die hebben pas macht, zelfs over leven en dood. Ze worden dan ook almachtig genoemd, zoals ze tevens alomtegenwoordig kunnen zijn, een ander staaltje van machtsvertoon. Als ze dan bovendien eeuwigheidswaarde hebben, blijken ze zelfs over tijd en geschiedenis macht te hebben. De goddelijke macht is de droom van de menselijke macht. Alles wat de mens niet kan, is voor de godheid onmenselijk gemakkelijk te verwezenlijken. Zelfs scheppen uit niets behoort tot de goddelijke machtskenmerken. En dan hebben God, goden en geesten ook nog invloed op de levens van de gelovigen. Er kan wel met hen onderhandeld worden, door offer en gebed, maar in laatste instantie is hun macht autonoom. Hoger beroep is niet mogelijk.

Religieuze machthebbers definiëren onder andere hun eigen macht. Ze eigenen zich vaak de rol van tussenpersoon toe. Het lijkt of ze een eigen toegang hebben tot het goddelijke. Dat schrijven ze toe aan hun specialistische kennis van leer en rituelen. Nog effectiever is de gedachte van een goddelijke roeping, want dat versterkt de positie van de machthebber. Het goddelijke straalt op hen af. De gelovigen over wie macht wordt uitgeoefend, zien de rol van de religieuze specialist als van God en goden gegeven. Ze schikken zich daardoor gemakkelijk in hun rol. Natuurlijk hebben deze machthebbers naast goddelijke ook menselijke trekken en kunnen ze geweldig van hun voetstuk tuimelen. Zoals onlangs op ruime schaal is gebleken in de kerk van de nieuwe paus.

Per saldo is de vraag of er verband is tussen de macht van de religieuze leiders en het beeld dat zij verspreiden van de goddelijke macht. Ook zo ver reikt de definitiemacht van religieuze specialisten. De verdenking ligt voor de hand dat de goddelijke macht geënt is op de praktijk van de menselijke macht, weliswaar uitgebouwd tot een ideaalbeeld, maar toch wel erg menselijk. De vragen die de goddelijke almacht oproept, hebben iets weg van de reacties op menselijke machtspraktijken. Misschien dat religies daarom ook zoeken naar rechtvaardigheid, kwetsbaarheid en mededogen, als remedie tegen alle definitiemacht.

34-140214

In verband met spam worden reacties in eerste instantie alleen door André Droogers gezien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *