VERVELING EN RELIGIE – Ga toch spelen!

Mss een aardige uitdaging voor jou: een column schrijven over verveling’. Dat mailde godsdienstantropoloog Peter Versteeg me in september, toen ik met deze site begon. Nu Peter, overigens geheel onvrijwillig, per 1 december de dienst van de Vrije Universiteit verlaat, bied ik hem bij zijn afscheid als troost deze column aan. Lees mee over zijn schouder!

Ik vermoed dat Peter zich in de zeventien jaren dat hij de VU gediend heeft, zelden verveeld heeft. Er waren steeds nieuwe uitdagingen en er was altijd werk aan de winkel. Verveling staat voor ‘niets te doen hebben’, terwijl je misschien wel bezig wilt zijn, maar eigenlijk ook weer niet. Zelfs die keuze is nog te veel. Peter heeft nu even niets te doen, maar wil echt wel bezig zijn.

In 1996 begon Peter zijn loopbaan aan de VU met een promotieonderzoek in een pas gestarte evangelische gemeente, van het type Vineyard. Ik heb toen een keer een dienst meegemaakt. Het was het soort samenkomst waarbij je je als bezoeker – en ook als onderzoeker – geen moment verveelt. Ik moest terugdenken aan de kerkdiensten waar ik als kind anderhalf uur verveling doorstond met behulp van vijf King-pepermunten, elk kwartier één. Bij Vineyard verveelde niemand zich.

Na zijn promotie deed Peter onder andere onderzoek in spirituele centra. Het zou kunnen dat mensen die op pepermuntjes de kerkdiensten van hun jeugd hebben overleefd, in deze centra voor de spirituele survival en revival komen. Mogelijk komen ze er op af om iets nieuws te beleven en de verveling te verdrijven.

In de context van een godsdienst lijkt verveling te maken te hebben met de vormgeving van de boodschap. Zijn er weinig rituelen, zoals in de kerkdiensten van mijn kindertijd, dan verveelt de gelovige zich sneller. Katholieken hebben daar minder last van dan Protestanten, bij wie de ‘dienaar des woords’ de rituele leider is. In onze beeldcultuur krijgt zelfs een welbespraakte woord-voerder het moeilijk. We gedragen ons tegenwoordig als kinderen die teleurgesteld zijn als er geen plaatjes in een boek staan. Dan toch maar de beamer de kerk in? Evangelische gemeenten spelen vaardig in op de eisen van de beeldcultuur. Soms zijn hun diensten opgezet als multimedia-shows, met een professionele vormgeving en timing.  Recent zijn er religieuze glossies op de markt gebracht (Arminius, Menno, Maria). Geloof kan met entertainment samen gaan. Religie kan zo zelfs een consumptieartikel worden, desgewenst in te ruilen voor het betere product van de concurrent. ‘Daar gebeurt tenminste iets!’.

Maar niet alleen in de vorm, ook inhoudelijk is er verband tussen verveling en religie. Geïnspireerd door onder anderen Heidegger heeft Anton van Harskamp daar in Het nieuw-religieuze verlangen op gewezen. Misschien is verveling niet eens het goede woord. Het gaat om het ontmoedigende besef dat zin geven aan de eigen werkelijkheid nooit af is. Er treedt een soort moeheid op. ‘I can get no satisfaction’. Per saldo word je niet eens wijzer over je ‘zelf’. De run op nieuwe ervaringen, waarvan je al van te voren weet dat ze je gaan teleurstellen, maakt je mies. De existentiële verveling slaat toe.

In deze wanhoop zorgt religie volgens Anton voor een keerpunt. Als de relatie met de profane werkelijkheid zo onbevredigend en ‘vervelend’ is, biedt het invullen en kennen van een religieuze werkelijkheid soulaas. Toegegeven, ook het goddelijke laat zich niet geheel kennen. Maar dat wordt juist normaal en zelfs mooi gevonden. Het goddelijke wordt immers gedefinieerd als totaal anders. Wie ruimte maakt voor het goddelijke of heilige buiten ons, of zelfs binnen ons, krijgt het gevoel zijn leven weer zin te geven. Mens en werkelijkheid komen in een nieuw licht te staan. Zelfs het ‘zelf’ hervindt zich. De ziel is niet langer zielig. Een spel met nieuwe betekenissen dient zich aan.

Het doet denken aan het kind dat zichzelf te veel is en nog net de energie heeft om te zuchten: ‘Ik verveel me zo’. Maar moeder roept: ‘Ga toch spelen!’. Als we ons existentieel vervelen, lijkt de gang naar de speeltuin van de zingeving het meest wenselijk en menselijk.

Het aanbod aan zinvolle betekenissen moet zich dan natuurlijk niet ver-velen, vermenigvuldigen. Bij een bedreigende veelheid slaat de verveling weer toe. De lezeres slaat de laatste Happinez dicht en zucht: ‘Wat moet ik daar nou mee?’. Aan het andere uiterste is beperking een spelbreker, zoals in de orthodoxie of het fundamentalisme. Daar is de speeltuin wel erg petieterig geworden. Vervelend.

Ergens tussenin zit een zone waar de mens vrijuit kan spelen, zonder dat de verveling toeslaat. Peter, verveel je niet, ga voort met je verkenningen van dat gebied!

23-291113
NB reacties op columns worden in eerste instantie alleen door André Droogers gezien.

Één reactie op “VERVELING EN RELIGIE – Ga toch spelen!

  1. Ook ik heb mij vele zondagen verveeld tijdens de diensten van de Gereformeerde kerk waar wij met het gezin heen gingen. Het was niet echt deelnemen aan de dienst, maar uitzitten van de dienst. Je gedachten ver weg. Door mijn werk in het uitvaartwezen kom ik in veel kerken, maar een keuze zou ik niet kunnen maken.
    Afgelopen jaar ben ik voor het eerst naar de diensten van de Russisch Orthodoxe leer, de Oosters Byzantijnse kerk geweest. Het lijkt of de tijd heeft stil gestaan. Juist de eenvoud en de wetenschap dat, ook al verandert de wereld in een razend tempo, de invulling van die diensten nog onveranderd is, geeft zoveel rust. Juist de afwezigheid van alle opsmuk om het geloof zo mooi mogelijk te verkopen, geeft je ruimte om na te denken.
    Voor mij is de speeltuin van de Oosters Byzantijnse kerk vooralsnog groot genoeg.

    els droogers

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *