VERHALEN – Hoe godsdienst en atheïsme op elkaar lijken

In de laatste weken had ik drie ervaringen die me aan het denken zetten.

In De Doelen in Rotterdam waren we bij een uitvoering van Mozarts opera ‘Cosi fan tutte’. Het Orkest van de Achttiende Eeuw speelde heerlijk transparant. De solisten en het koor zongen de sterren van de hemel. Ze bewogen zich rond het orkest dat, als bij een gewoon concert, de centrale positie op het podium innam. Geen orkestbak dus, zoals normaal bij een opera. Er waren geen decors, wel kostuums, en de zes solisten acteerden hun rollen alsof ze in de echte opera stonden en niet in een concertzaal. Deze opera is een zedenkomedie, waarin twee jonge mannen, aangestookt door een oudere vriend, de trouw van hun verloofdes beproeven. De plot doet er voor mijn doel niet zoveel toe. Het gaat me vooral om de ervaring dat een zaal vol mensen zich drie uur lang en tegen betaling mee laat slepen in het verhaal. Allemaal verzonnen, vol onwaarschijnlijkheden, maar toch echt. Toneelspel heeft sowieso al iets kunstmatigs, maar in dit stuk zingen de acteurs: nog zoiets onwaarschijnlijks! Er vond die avond dus een soort vervreemding plaats, die plots ophield toen het pauze was en nadat de laatste scène gezongen was. Maar die werkte wel zolang de zangers-acteurs en het orkest speelden.

Een tweede ervaring. C.J. Sansom is een Engelse schrijver van spannende boeken. Een aantal speelt in de tijd van Hendrik VIII, eentje tijdens de Spaanse burgeroorlog. Prima boeken. Sansom is historicus en heeft zijn huiswerk gedaan, ook al schrijft hij fictie. Zijn nieuwste boek, ‘Dominion’, vertaald als ‘Mist over Londen’, is een heel apart experiment. Het speelt in 1952 en gaat ervan uit dat Engeland in 1940 met Hitler een vredesverdrag heeft gesloten. Sansom herschrijft de geschiedenis. Duitsland is in 1952 nog wel in oorlog met Rusland en de VS, maar Engeland heeft een pro-Hitler-regering. Churchill leidt het verzet. Als je aan het boek begint, denk je: ‘leuk experiment, hoe gaat hij dat schrijven?’. Maar al snel vergeet je dat en wil je vooral weten hoe het afloopt. Net als bij Mozart een verhaal waarin je meegenomen wordt, van fictie naar echt gebeurd. Tegen alle beter weten in en ondanks de onwaarschijnlijkheden geloof je erin, zolang Sansom zijn spel met jou als lezer speelt.

De derde ervaring is een dienst in onze Doopsgezinde Gemeente. Ds. Jeannette den Ouden gaat voor. Haar preek gaat over een verhaal (Lucas 7, vers 11-16) waarin Jezus een begrafenisstoet tegenhoudt, en de dode, de enige zoon van een weduwe, uit de dood opwekt. Hoe lees je zo’n verhaal? Natuurlijk kun je het letterlijk lezen, als een historische gebeurtenis, hier geboekstaafd. Maar het wordt ingewikkelder als je het voor onmogelijk houdt dat een dode levend wordt. Wat staat hier dan? Je zou het als beeldspraak kunnen lezen. Dan gaat het niet om een wonder, maar bijvoorbeeld om het bijzondere van Jezus als profeet te benadrukken. Of om een visie op het leven na de dood of na het einde der tijden te onderbouwen. Jeannette ziet het verhaal echter als een voorbeeld van een literair genre uit die tijd, namelijk van opwekkingsverhalen. Kijk, dat zette me op een ander been. Ik keek ineens ook anders tegen Mozart en Sansom aan.

Mozart, Sansom of Lucas, in alle drie gevallen wordt er gespeeld met verhalen. Twee zijn seculier, eentje heeft een religieuze context. Tot nu toe, als ik het over spel had, heb ik het bijna automatisch in de context van symboliek en metaforen gezet en dus van beeldspraak. ‘Lees maar, er staat niet wat er staat’, zei Martinus Nijhoff al in het gedicht ‘Awater’. Jeannettes preek leerde me dat ik spel beter in de context van verhalen kan zetten, dus in een narratief kader. Zolang het spel van het verhaal serieus gespeeld wordt, kan ik me permitteren erin mee te gaan. Dat deed ik in de Doelen en toen ik Sansom las. Waarom dan niet ook met dit Jezus-verhaal? ‘Lees maar, er staat wat er staat’.

Dat werkt bevrijdend. Ik kan de personen die een rol spelen in deze drie verhalen hun gang laten gaan. Ik speel hun spel mee. Het is niet nodig het wonderverhaal over Jezus uit te kleden tot een beeldspraakversie die voor moderne mensen acceptabel is. Ik ga immers ook mee in de ongerijmde verwikkelingen van Cosi. Ik gooi Sansom niet weg omdat het onbetrouwbare geschiedschrijving zou zijn. Ik hoef in alle drie verhalen de rokken van de ui niet af te pellen tot ik weinig over houd. Ondanks mijn kritische wetenschappelijke hoofd hoef ik zelfs niet te blijven mompelen dat het allemaal fictie is, niet echt gebeurd. Er blijft ruimte voor het onwaarschijnlijke. En voor mysterie. Ik kan zelfs leven met de gedachte dat een dode levend wordt. Ik laat het verhaal in zijn waarde en doe er niets aan af. Ik kan er zelfs mijn eigen betekenissen aan toevoegen. Het wordt bijvoorbeeld mogelijk over de christelijke muur heen te kijken naar andere religies en hun verhalen, al dan niet over wonderen. Allemaal zingevingspelen. De Happinez-redactie weet dat al lang, de kerk nog niet.

Ik trek dus dat dwangbuis uit waarin de wetenschap van de laatste twee eeuwen mij gevangen hield. Als je meespeelt met de verhalen, wordt die koude werkelijkheid van het wetenschappelijk aantoonbare ineens een stuk ruimer en warmer. De grens tussen fictie en echt is papierdun. De ernst van het spel redt de verhalen, of ze nu seculier zijn of religieus, van de onwaarschijnlijkheden. Trouwens, omdat wetenschap onbewezen vooronderstellingen uitprobeert, zit daar ook flink wat fictie in.

Kortom, gelovigen en niet-gelovigen blijken ineens verrassend overeen te komen. Ze kunnen zich allebei verliezen in verhalen. Het idee dat mensen zingend hun liefde beproeven, of dat Hitler in 1952 nog aan de macht was, verschilt niet echt van de gedachte dat een dode levend wordt. Cosi fan tutte: zo doen zij allen.

15-181013

NB reacties op columns worden in eerste instantie alleen door André Droogers gezien

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *