UNIEKE GELIJKVORMIGHEID – De paradoxmens

Dat mensen onvermoeibare betekenistoekenners zijn, is af te lezen aan de vele culturen en religies. Verscheidenheid te over. Ook tussen individuele mensen vind je die. En toch lijkt het of er steeds wordt geput uit eenzelfde repertoire. Onder alle variatie schuilt overeenkomst. De mens is een paradoxaal wezen, iedereen uniek en toch gelijkvormig. Hoe zit dat? En wat heeft dat te maken met religie, macht en spel?

Mensen vormen een speciale diersoort doordat zij een uitzonderlijk groot vermogen hebben om aan van alles en nog wat in hun leefwereld betekenis toe te kennen. Dat vermogen maakt het zelfs mogelijk om naast de eigen leefwereld een heilige of goddelijke wereld te onderkennen. Religies moeten het van dat betekenisgevend vermogen hebben.

Dat leidt tot een almaar groter wordende verscheidenheid op godsdienstig terrein. Er zijn de vijf wereldreligies. Binnen de wereldgodsdiensten bestaan er weer stromingen. Daarnaast ontstonden er duizenden stamgodsdiensten. Bovendien zijn er door de modernisering veel nieuwe religies ontstaan. Er is in toenemende mate variatie.

Zelfs de studie van godsdienst en zingeving ontkomt niet aan het voortgaande betekenis toekennen. Want religieuze zingeving is weer voorwerp van wetenschappelijke zingeving. Zo zijn er onderzoekers die zich specialiseren op één godsdienst, bijvoorbeeld islamologen en boeddologen. Meestal benadrukken zij het unieke van de door hen bestudeerde godsdienst en de verschillen met andere godsdiensten.

Een andere invalshoek bieden de zogenaamde godsdienstfenomenologen. Zij vergelijken godsdiensten en letten dan vooral op overeenkomsten in de verschijnselen. Ze komen met soorten fenomenen, zoals goden en geesten, riten en mythen, offers en gebeden, mystiek en magie. Religies blijken schakers te zijn die wel elk een ander spel op het bord zetten, maar toch allemaal met dezelfde stukken spelen. Totaal divers zijn de religies dus ook weer niet. Het is al tekenend dat ze met elkaar vergeleken kunnen worden en dat daar niet alleen verschillen uit rollen, maar ook overeenkomsten.

En dan zijn er theoriebedenkers, die een verklaring zoeken voor religie als algemeen verschijnsel. Dan komt pas echt de grootste gemene deler in zicht. Alle religies worden herleid tot één model, ondanks de vele manieren waarop dat model ingevuld wordt, zowel door gelovigen als door die theorie bedrijvende godsdienstwetenschappers.

Een opvallend algemeen trekje is nog dat mensen heel sterk zijn in tweedelingen. Dat denken in tweeën wordt al door de natuur aangereikt. De religieuze symboliek gebruikt die tegenstellingen graag, zoals tussen dag en nacht, licht en duister, boven en beneden, leven en dood, man en vrouw, links en rechts. Daar komen dan nog allerlei andere tweedelingen bij, zoals die tussen god en mens, god en duivel, goed en kwaad, schoon en vuil, gered en verloren. Dit denken in tweeën komt in allerlei religies voor, zij het steeds in andere uitwerking.

Er geldt wel een voorbehoud. Men kan zich ook juist afzetten tegen het denken in tweeën. Dat kan enerzijds ertoe leiden dat de hele werkelijkheid, menselijk plus goddelijk, als één gezien wordt. Of dat er van één enkele god wordt uitgegaan in wie de hele werkelijkheid gegrond is. Maar het is anderzijds ook mogelijk dat in reactie op de al te simpele tweedeling juist het veelvoud benadrukt wordt. De christelijke heilige drieëenheid is een voorzichtige poging in die richting. Nog sterker wordt het zichtbaar in een overvolle heiligenkalender. Een ander voorbeeld is het polytheïsme. De godenwereld kan gezien worden als in een pantheon georganiseerd, met een rangorde en werkverdeling van goden onder een oppergod. Ook als de sociale structuur in de samenleving weerspiegeld wordt in de wereld van de vooroudergeesten, zoals in stamsamenlevingen, krijgt het veelvoud de nadruk.

Toch is het denken in tweevoud wijd verbreid. Dat zou kunnen zijn omdat het uitbundige denken getemd moet worden om bruikbaar te worden. Iedere geïnspireerde kan wel eigen dingen bedenken, maar er moet ook worden samengeleefd. Dat vraagt om organisatie. Dan komt macht om de hoek kijken. Machthebbers bepalen het gedrag van anderen. Daarbij is het ongeremd spelen met betekenissen alleen maar lastig en al snel een bedreiging van de orde. Bijgevolg wordt de zingeving ongemerkt ingeperkt en in regels vastgelegd. Die kaders worden vervolgens bewaakt. Wat afwijkt wordt verketterd. Ook dat is een vorm van tweetakt denken: wij en zij, waar en vals, ingewijden en buitenstaanders.

Zo wordt de paradox uitgehold van de mens die enerzijds uniek is binnen de verscheidenheid en anderzijds steeds dezelfde kunstjes vertoont. Macht houdt vooral van steeds dezelfde kunstjes. Zodra een religie de status ‘gevestigd’ krijgt, is het vrije spel met betekenissen voorbij. Koekoek eenzang wint het van de duizend bloemen die mogen bloeien, al zullen er altijd vernieuwers en ketters zijn die nieuwe liedjes fluiten en de bloementeelt in ere houden.

Het bijzondere van onze tijd is dat we met zijn allen zo ver geïndividualiseerd zijn dat verscheidenheid weer in is. Authentiek zijn is goed, gelijkvormigheid uit. Instituties hebben het zwaar, niet alleen in de religieuze sfeer. Religieuze leiders hebben moeite hun macht te laten gelden. De variatie wordt gevierd. Je hoeft maar een nummer van Happinez op te slaan om dat te zien. New Age put uit vele bronnen. Meer vrijheid dus en meer zingeving.

De verscheidenheid is zo groot dat we ons alweer zorgen maken over wat ons eigenlijk samenbindt. We zijn kennelijk te ver doorgeschoten. De regering promoot de participatiesamenleving. De wal kan het maatschappijschip keren op de getijbeweging richting gemeenschappelijkheid. Het is dan maar net waar de tegenbeweging voor staat. Dat kan gaan van ‘Nieuw Wij’ aan het ene uiterste tot een ‘Wij Contra Nieuw Zij’ aan het andere.

Spannende tijden voor de paradoxmens. En nog spannender voor de levensbeschouwingen in de samenleving, al dan niet godsdienstig. Die kunnen weet hebben van de mensenparadox, al hebben ze die zelf te vaak buiten werking gesteld, ten gunste van het denken in tweeën. Kan saamhorigheid samengaan met creatieve verscheidenheid? En dan zonder gemakzuchtig wij/zij-denken?

29-100114
NB reacties op columns worden in eerste instantie alleen door André Droogers gezien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *