OECUMENE

Is het jammer dat de oecumene niet echt bloeit? Of eigenlijk wel prima?

Al bijna een eeuw zoeken sommige kerken elkaar op. Hun vertegenwoordigers overleggen en doen dingen samen. En toch blijft de oecumenische band een LAT-relatie: Living Apart Together. Hervormden, Gereformeerden en Lutheranen hebben weliswaar in 2004 samen de Protestantse Kerk in Nederland gevormd, maar op een aantal plaatsen is men nog steeds bezig aan de nieuwe setting te wennen.

Kijk ik door mijn antropologische bril, dan zie ik een aantal beperkingen voor de oecumene. Die verklaren in belangrijke mate waarom de enthousiastelingen hun achterban nauwelijks meekrijgen.

Allereerst: kerken hebben eigen bedrijfsculturen. Die werken als stamculturen. Zo zijn onze manieren. Ze geven de eigenheid vorm, en dat niet alleen theologisch. Net zoals een fusie van bedrijven niet zonder slag of stoot lukt, zo staan de verschillen tussen kerken nauwe samenwerking in de weg.

Ten tweede: cultuurverschillen worden uitvergroot naar eigen identiteit, tot op het persoonlijke vlak. Ook al veranderen identiteiten in de moderne samenleving per dagdeel en per vervulde rol, levensbeschouwingen koesteren de enkelvoudige identiteit, in ritueel, in leerstellingen, soms zelfs in de kleding. Oecumene loopt tegen die enkelvoudige versies aan.

Ten derde: als macht het vermogen is het gedrag van mensen aan te sturen, dan komen de oecumenischen macht tekort. De binnenkerkelijke organisatie, die bijna vanzelfsprekend de eigen versie voor laat gaan, wint het vrijwel altijd van de interkerkelijke.

Positiever geformuleerd: de drie handicaps zorgen voor diversiteit in zingeving, zowel collectief als individueel. De valkuil van de oecumene is de wens ook een enkelvoudige identiteit te verwezenlijken. Maar oecumene is juist de viering van de diversiteit.

Van die onvermijdelijke verscheidenheid kun je een probleem maken, maar je kunt er ook een mooie aanleiding in vinden voor het oefenen in multireligieus samenleven. Oecumene als proefpolder!

135-030616

NB In verband met spam worden reacties op columns in eerste instantie alleen door André Droogers gezien.

2 reacties op “OECUMENE

  1. De oecumene werd verstaan als een ambtelijk samengaan (erkenning van ambten). Het samengaan van gemeenschappen kwam op de tweede plaats. Verder was het sterk gericht op gemeenschappelijke vieringen en minder op de maatschappelijke context.

    Het ging dan ook altijd over de vraag: wie mag iets ambtelijks doen in zo’n viering? Wanneer je die ambten loslaat als concrete voorwaarde en je afvraagt hoe mensen van een verschillende achtergrond kunnen samenwerken, en zelfs in een bepaalde vorm samenvieren, dan loopt het allemaal veel gemakkelijker.

    Zie die ecclesia’s die nu her en der ontstaan: deelnemers blijven lid van eigen kerk, maar vinden elkaar op (moderne) geloofsinhoud, vier- of gemeenschapsvorm. Het blijkt dat Roomsen nog hechten aan erkenning van hun huwelijk of een priester bij hun begrafenis, en de protestanten ‘mogen’ zich in bepaalde situaties naar hun velerlei veren blijven gedragen. (De ambten hebben dan letterlijk het nakijken).

    • Eigenlijk is oecumene te eng als je het kunt zien als een platform waar alle mogelijke religies en levensbeschouwingen elkaar ont-moeten (er hoeft niks) op basis van een constructief wereldbeeld dat verschillen respecteert, maar waarbij men ook in de verschillen en achtergronden geïnteresseerd is, zonder dat je het eigene van jouw ecclesia of zelfs persoonlijke religie hoeft los te laten. ‘Spoorzoeken in de bonte wereld van geloven en denken’ is me nog steeds dierbaar. Als oecumene een poging is de christelijke instituties in elkaar op te laten gaan, lijkt me dit iets van gisteren. Niet speels genoeg en teveel georiënteerd op machtsverhoudingen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *