MUSEUMBEZOEK – Waarin verschillen religieuze en kunstzinnige verbeelding eigenlijk?

We hebben een PP-dag: PensioenPret. We besteden de gezamenlijke vrije tijd aan een ochtend in het Kröller-Müller op de Hoge Veluwe en een middag in het Lalique-museum in Doesburg. In beide musea spat de verbeelding ons tegemoet. Wat we bezichtigen zijn heel veel versies van de bestaande werkelijkheid, plus dan nog eens een hoop nieuw gecreëerde werkelijkheid. Het gaat om scheppende kunstenaars en hun kijk op de wereld.

In de beeldentuin van het KM lopen we naar een van onze favorieten: ‘View’ van Rudi van de Wint, een immens monument, bovenop de Franse berg. Als bladen van een reusachtige bloemkelk staan metershoge stalen platen omhoog te wijzen. Waarheen? We zijn weer onder de indruk, al kunnen  we niet goed zeggen waarvan of waarom.

Bij Lalique is het niet anders. Fascinerende glazen objecten, versierd met fraaie afbeeldingen van planten, insecten, vogels, mensen, patronen. Het Doesburgse museum heeft een mooie collectie. Tot 10 november 2013 heeft het Gemeentemuseum in Den Haag ook een Lalique-expositie.

Bij wat we zien vraag ik me af wat het verschil is tussen kunstzinnige en religieuze verbeelding. Mijn leermeester Jan van Baal (1909-1992) bracht kunst, religie en spel samen in zijn boek ‘De boodschap der drie illusies’ (1972). Illusie is als woord niet toevallig gebruikt. Het woord is verwant aan ludiek, en aan ludens, zoals in homo ludens, de spelende mens. In kunst en religie zijn mensen aan het spelen. Ze scheppen een eigen wereld en ervaren die als heilzaam of als mooi, en in ieder geval als echt. Die twee vormen van spel komen samen in religieuze kunst. Maar ook ogenschijnlijk seculiere kunst verwijst naar een andere werkelijkheid, net als religie.

Waar schuilt dan het verschil tussen religie en kunst? Het gebruikelijke antwoord luidt: Het verschil zit in een persoonlijke godheid die de meeste religies verbeelden. Kunst schept niet per se een godheid, al wordt kunst gemakkelijk goddelijk genoemd. De persoonlijke God is steen des aanstoots sinds werkelijkheid gedefinieerd wordt als dat wat je kunt aantonen en bewijzen. Maar wat is de aantoonbare werkelijkheid bij de suggestieve kunstwerken van Van de Wint of Lalique? Staal en glas verwijzen naar wat de toeschouwer er maar in wil zien.

Soms lijkt het bovendien of de kunstsector het religiemodel heeft overgenomen, alsof de verwantschap in verbeelding wordt herkend. Kunst heeft eigen tempels. Die lenen zich voor zondagse bezoeken. Curatoren prediken als kunstpriesters van achter een katheder, via de audiotour of in documentaires hun visie. Galeriehouders zijn de handelaars in de voorhof van de tempel. Suppoosten zijn de kosters van de kunsttempels. De opening van een tentoonstelling heeft een ritueel karakter. Bezoek aan een museum of galerie kent een eigen ritueel. De kunstgelovigen zijn vervuld van eerbied voor kunstenaars en hun scheppingen. Religie en kunst blijken naburige zingevingspelen te zijn.

Als ik het over religie en spel heb, haal ik er altijd macht bij. Die wordt vooral zichtbaar in de geïnstitutionaliseerde religie. In de kunst is macht, net als in de religie, een factor. Macht is het vermogen het gedrag van anderen te sturen. Machtsbronnen helpen daarbij. Hun kenmerk is dat ze beperkt toegankelijk zijn. Hun schaarste maakt macht exclusief. Wie beschikt over geld, gebouwen, expositietijd, mediatoegang en specialistische kennis heeft macht, met uitsluiting van anderen. Creativiteit is het schaarse goed waar de kunst op drijft. Een uniek kunstwerk is per definitie schaars. Bezoekers vormen ook een schaars goed, waarom gevochten wordt. Om van subsidiegeld maar te zwijgen. Hoe lopen de geldstromen? Museumkwaliteit begint bij een ton. Wat is de macht van handelaren en directeuren?

De kunstkerk heeft het soms wel moeilijk, vooral bij deze regering, maar draait beter dan de echte kerk. Het geloof in de kunst taant niet, terwijl geloven in de kerk kunst- en vliegwerk is geworden.

Uiteindelijk is de voornaamste overeenkomst tussen religie en kunst de verbeelding die in principe aan de macht is, maar die tegelijk eronder lijdt dat machthebbers aan de verbeelding zitten en die proberen aan te sturen. Zowel wat religie als kunst betreft, houd ik mijn hart vast, want macht is een tricky hulpmiddel. Macht zorgt voor onmisbare orde en regelmaat. Maar net als in de religie kan macht in de kunst doel worden in plaats van middel. Dat beperkt de verbeelding, zodat de kunstmarkt gedicteerd wordt door machtige galeriehouders, museumdirecteuren en de door hen bewonderde kunstenaars. Genoeg goden. Maar geen secularisatieproces.

01-100913

NB reacties op columns worden in eerste instantie alleen door André Droogers gezien.

Één reactie op “MUSEUMBEZOEK – Waarin verschillen religieuze en kunstzinnige verbeelding eigenlijk?

  1. Ik dacht nog na over het verschil of wel overeenkomst tussen religie en kunst: aandachtig kijken; in beide is het drama van het leven terug te vinden; bovennatuurlijhkheid, oneindigheid en ruimtebeleving in beide; ontstijging aan het hier en nu; het onbeheersbare toeval dat een eigen weg gaat en geïnterpreteerd moet worden; onvoorwaardelijk geraakt worden door het leven: bespiegeling; emotionele beleving van het moment waarin menselijk bestaan in beeld of woord wordt uitgedrukt; intensiteit; komen tot een voltooide staat; laten stromen van het beeld als gelukservaring; unieke indringendheid van de belevenis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *