MONSIEUR JACQUES – Een goddelijk beeld

Gisteren hadden we in onze Doopsgezinde Gemeente een themadienst over de vraag ‘Geloven zonder God?’. De aanleiding vonden we in zulke boeken als dat van Alain de Botton, Religie voor Atheïsten, en van het duo Theo de Boer en Ger Groot, Religie zonder God. Ik hield in die dienst de volgende korte overdenking.

In wiens naam komen we hier samen? Ik moet op een of andere manier denken aan Monsieur Jacques, het bronzen beeld van Oswald Wenkebach. In Rotterdam staat hij midden in de stad, en bij de ingang van het Kröller-Müller-museum juist dicht bij de natuur, maar met de kunst binnen handbereik. Trouwens, hij is zelf kunst.

Een wat ouder, kalend heertje, in een regenjas of mantel, een tikje corpulent, zijn handen op de rug met handschoenen en hoed erin. Zijn Franse naam geeft hem iets chiques. Hij kijkt met geheven kin schuin in de verte, met een peinzende maar ook milde, wijze blik. Hij gaat door voor een burgerman die alle tijd heeft. Hij staat dan ook al sinds 1959 op die twee plekken en houdt het nog steeds vol, in alle weersomstandigheden. Dit zijn zijn hangplekken.

Ik heb me vaak afgevraagd: Waar denkt hij aan? Ik weet bijna zeker dat hij nadenkt over de mens, want dat is wat hij het meeste langs ziet komen. Op beide plaatsen passeert de hele wereld, mensen van allerlei kleur en van allerlei godsdiensten, jong en oud, allerlei rangen en standen. Trouwens, hij begon in 1958 op de Wereldtentoonstelling in Brussel, dat was zijn eerste kennismaking met de mensheid.

Uit zijn lange waarneming weet hij dat mensen betekenis kunnen geven aan hun omgeving. Hij weet dat, want ook al lijkt hij over hen heen te kijken, hij hoort bijvoorbeeld wat de mensen die voor hem stil blijven staan over hem zeggen. Wat betekent dit beeld? Meestal moeten de mensen een beetje om hem lachen. Ze vinden het wel een geinig beeld. Sommigen willen met hem op de foto. Hij laat zich dat welgevallen. Hij vraagt geen geld. Dat doen alleen zijn concurrenten, de levende standbeelden.

Hij zou zich af kunnen vragen: Wat doe ik hier in Godsnaam? Maar misschien staat hij daar wel in Gods naam. Mogelijk verbeeldt hij God de Vader zelf wel. Hij is tenslotte een Heer van stand. Aanwezig, nog wel op meer plekken tegelijk, en toch ook weer afwezig. Hij lijkt de hemel in te kijken. Hij staat er alleen voor. Hij heeft iets zelfgenoegzaams. Hij oogt massief, maar als je tegen hem aan tikt klinkt hij toch ook een beetje hol. Je kunt hem wat vragen, maar of je antwoord krijgt? Toch lijkt hij je door te hebben en alles te begrijpen. Uitnodigend en toch met het advies: Loop nu maar weer verder! Ga door met je leven! Op zijn manier hecht hij betekenis aan mensen die, al betekenis gevend, langs hem paraderen. Hij is een beroeps-betekenisgever. Alwetend en toch net een mens.

Dat zin en betekenis zoeken van ons mensen, dat is nogal een kwestie van behelpen. Want kijk maar: Wij geven betekenis aan ons leven. We komen daar een heel eind mee, maar we schieten ook regelmatig tekort. We denken alles onder controle te hebben en toch gebeuren onverwachte en ongewenste dingen. De stad is een jungle en zelfs de mooie natuur is bedreigend. Ook van de kunst leren we hoe dubbel het leven is.

Als het zo met ons gesteld is, hebben we behoefte aan een praatpaal, een soort Monsieur Jacques. Ik kan me eigenlijk ineens wel voorstellen dat in allerlei godsdiensten mensen beelden hebben gemaakt van wat ze heilig vonden. En dat ze daarmee doen en onderhandelen. Monsieur Jacques is wat mij betreft van de religieuze kunst. Hij is een aardige oude verstandige man die goed kan luisteren. Hij laat je uitpraten en valt je nooit in de rede. Je kunt zelfs vermoeden dat hij meedenkt en eigen gedachten heeft. Maar hij heeft ook wel iets souvereins, met die blik op oneindig.

Toen ik begon na te denken over wat ik hier vanmorgen zou zeggen, had ik eigenlijk alleen Monsieur Jacques in gedachten, zonder nog te weten waarom. Ik denk dat het zo gaat in alle godsdiensten, want mensen moeten het hebben van verbeelding. En van ont-beelding, als we niets meer ervaren bij een godsbeeld dat we hebben. En weer van nieuwe verbeelding. Vanuit onze wanhoop zoeken we naar beelden van hoop.

Deze week hebben we op de poëziemiddag een dozijn gedichten gelezen over God. Allemaal hadden ze een andere insteek, een andere manier van verbeelden. We hebben ons in het gesprek daaraan gespiegeld. Wat bleek? Ieder van ons had een eigen beeld van God. Om ons leven te begrijpen, proberen we allemaal aftastend en uit eigen ervaring het juiste beeld te treffen.

Dat is voor mij de les van Monsieur Jacques. Zou hij misschien ook een zoon hebben?

16-211013

NB reacties op columns worden in eerste instantie alleen door André Droogers gezien

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *