MARGE

Soms val je jezelf in de rede. Neem nu het woord ‘marge’. Ik gebruik het graag en veel. Maar de laatste tijd heb ik er moeite mee.

Oorspronkelijk heeft het woord voor mij een aangename klank. Immers, de marge stimuleert de creativiteit. Kunstenaars weten dat allang. Als buitenbeentjes zijn ze origineel. Zo maken ze hun unieke identiteit.

Creativiteit zit ook in de rituelen die de tussenfasen in het leven begeleiden. Geboorte, huwelijk en dood gebeuren in de marge van het alledaagse leven. Identiteit is ook hier in het geding.

Ik leg graag uit dat godsdienststichters opkomen in de marge van de samenleving. De nieuwe boodschap en identiteit kunnen alleen daar opbloeien. Stichters nemen afstand en zijn veel onderweg in marginale ruimtes ten opzichte van de bewoonde wereld, zoals woestijnen. Zie Boeddha, Mozes, Jezus, Mohammed.

Vakantie is ook een manier om in de marge te verkeren. De toerist neemt even een andere identiteit aan en geniet van het onbekende. Straks wachten weer het eigen thuis en het gewone leven.

Vanwaar dan mijn moeite met het woord marge? Vanwege de bootvluchtelingen.

Vluchtelingen gaan onvrijwillig op reis, zijn niet meer daar en nog niet hier. Ze hebben hun identiteit verloren en nog geen nieuwe. Ze zijn gemarginaliseerd. De woestijn en de zee die ze oversteken vormen giga-marges. De risico’s zijn levensbedreigend. De creativiteit gaat op aan het overleven. De bestemming is een illusie. Er is geen thuis dat wacht.

Alle vergelijking gaat mank, maar terugkijkend zijn kunstenaars natuurlijk ook niet altijd zo happy, dienen rituelen om de onzekere overgangen te begeleiden, lopen godsdienststichters risico’s, en verkopen reisbureaus illusies.

Kortom: De marge heeft zowel iets moois als iets afstotelijks. De mens creëert als knappe knoeier zijn eigen risico’s.

Er is helaas aanleiding te over om mezelf vaker in de rede te vallen.

101-040915

NB In verband met spam worden reacties op columns in eerste instantie alleen door André Droogers gezien.

2 reacties op “MARGE

  1. Ik kreeg een facsimile van de Grande Heures de Jean de Berry, zag ooit ook de Utrechtse Bijbel:
    in de marge prachtige versieringen, drolles en draken, vooral engelen. En wie schrijft in de marge niet juist de uitroeptekens en vraagtekens?
    Maar je hebt gelijk. Menigeen denkt dat wanneer in het boek in de marge aantekeningen staan, dat het boek daardoor minder waard wordt. Totdat de krabbel in de marge een naam krijgt. Daardoor wordt het boek kostbaar.

  2. Bij ‘marge’ denk ik eerder aan marginaal; eigenlijk kon het net niet of ternauwernood, viel net niet buiten de boot terwijl er geen alternatief is dat ook goed is of vervangt.
    Een vluchteling in de marge? Als hij geen hoop had, een positief mensbeeld (van zich zelf, van de ander in het andere land), zou hij niet zijn gegaan. Maar hij hoort niet meer bij dat vroegere, valt dus wel buiten die boot maar niet (hoopt hij) buiten de nieuwe boot.
    Een kunstenaar blijft nog net binnen de bestaande boot, want hij wil die andere boot binnen halen.
    Je kunt van beiden zeggen dat ze in een marge opereren.
    Opereer ik in een marge? Ja, maar anders dan die twee. Ik ben (en blijf voorlopig nog) binnen de boot van mijn bestaan, wil die Andere Boot niet binnen halen – kan ik niet – maar maak me wel gereed om mijn huidige boot eens los te laten en in die Andere over te stappen. Dan ben ik toch niet marginaal bezig.
    Lastig formuleren, hè?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *