IN PARADISUM

De katholieke uitvaart van een dierbare gesprekspartner. Het koor zingt aan het eind ‘In paradisum’: ‘Jou voeren engelen in het paradijs’.

Ik merk dat ik er wat ongemakkelijk bij zit. Ik zing de poëtische Oosterhuis-liederen mee met mond en hart. De overweging spreekt me aan. Het ‘In paradisum’ raakt me. En toch…

Er zijn ogenschijnlijk drie manieren om met leven na de dood om te gaan. Je ontkent het leven na de dood, of je gaat er juist van uit. Of je geeft het de gunst van de twijfel: misschien, hopelijk…

Nadenkend over mijn ongemak realiseerde ik me dat ik door mijn spelverhalen langzamerhand bij een vierde manier ben uitgekomen. We spelen allemaal met mogelijkheden, ook in de betekenissen die we aan de dood verbinden. De drie bovengenoemde manieren doen dat zonder dat de speler zich van dat spel bewust is. De dodelijke ernst van de dood maakt het spel onzichtbaar.

Ben je je niettemin bewust van het serieuze spel, dan neem je de ernst serieus én zie je jezelf spelen. Voorbij ontkenning, geloof en twijfel ga je op in het spel. Dan kunnen engelen je meevoeren. Zelfs deze gelovige atheïstische twijfelende speler.

209-290618

NB In verband met spam worden reacties op deze column in eerste instantie alleen door André Droogers gezien.

7 reacties op “IN PARADISUM

  1. Goedemorgen André,

    De gierzwaluwen vliegen heel de dag langs mijn balkon, in het volste vertrouwen dat er ook vandaag voedsel genoeg in de lucht voor hen is. Prachtig om te zien!
    Ik geloof in engelen en de geest. Heb het volste vertrouwen, dat zij hun werk doen onder mensen. Kinderlijk gedacht misschien, maar hoort toch bij spel?
    Bij opkomende twijfel is vertrouwen mijn houvast. Daar bid ik om.
    Kan en wil het geheel niet beredeneren. Kom ik toch niet uit!
    Misschien gemakkelijk bedacht, maar om zo te denken en te voelen, dat geeft mij rust.

    Lieve groet, Coby

  2. Beste André,
    Altijd weer bijzonder om de druppel-columns te lezen, te laten landen en vervolgens de gedachte de vrije loop te laten dan wel te mijmeren over de tekst. Als pelgrim heb ik inmiddels ervaren dat mijn levensweg een pad is zonder einde. Hoe dan ook, als er niets zou zijn, zal ik dat ook niet ervaren en wellicht ook niet weten, maar als er wel iets is, blijft het weliswaar een mysterie en dat is voor mij meer dan voldoende om de toekomst in tevredenheid verder te lopen.

  3. Dag André,

    In Paradisum is voor mij een poëtische tekst. Zulke teksten kan ik gewoonlijk goed, althans redelijk gemakkelijk zingen, zingen raakt een mens op een ander niveau van (lichamelijk) bewustzijn dan het bewust uitspreken van teksten. Om die reden lukt het me nooit gebedsteksten uit te spreken, ze zijn gewoonlijk veel te nadrukkelijk.
    Als buitenkerkelijk agnost ben ik 12 jaar dirigent van een gregoriaanse schola cantorum geweest. De per dag en seizoen wisselende gezangen (psalmen, hymnen, antifonen) spraken me vaak aan omdat de melodie de tekst ondersteunt maar tegelijkertijd lichter maakt – en dan nog in het Latijn dat de emotionele afstand tot de betekenis groter maakt, al wist ik precies wat ik zong.
    Maar de vaste gezangen, kyrie, gloria en vooral het credo vond ik een crime; een juridisch theologische tekst kan niet melodieus worden en de tekst zelf dringt zich teveel op.
    Bij dit alles geldt: de teksten van de liederen van Schubert, Wolf e.a. moet men meestal ook niet al te serieus nemen. En de meeste opera’s, vooral de Italiaanse, al helemaal niet.
    Soms denk ik wel eens: als we kerkelijke of liturgische teksten met dezelfde voorbewuste, belangeloze innerlijke reserve zouden zingen als we het met zgn. profane liederen doen, zou dat wat gemakkelijker gaan. Maar we weten nog steeds te goed de pretentie die zulke teksten uitstralen.

  4. Tja, André, dank dat je dat onderwerp aansnijdt.
    Ik krijg het gevoel dat het spel nu pijn doet. Tegen dood en ‘nog meer?’ aanhikken zet de zaak op scherp. Maar de uitnodiging voor ‘nog meer?’ ligt er wel en als dat niet bij jou aansloot, had je geen probleemvraag of spelprobleem.
    Ik geloof dat ik mijn antwoord wel eens heb gegeven: voordat ik geloof hanteer ik twee vertrekpunten of keuzes- als je wilt. Het eerste is dat de mens een te mooi wezen is om zo maar een loos wezen te zijn; hij is te belangrijk om als een vage energie in de cosmos te verdampen ergens tussen de Grote Beer en de maan. Het tweede is dat hij is uitgerust voor het goede. Het goede blijft, het kwade maakt alleen maar kapot.
    Is dit misschien een aanleiding of inleiding om je niet te laten meevoeren met de engelen, maar op basis van wat je aanvoelt en binnen de sfeer van het bovenstaande serieus daarmee bezig te gaan als een weg naar wat paradijs heet?
    Staande voor de dood is spel niet meer reëel, een inleiding wel.

    P.S. André, “deducant” (te angeli) is een aanvoegende wijs, dus “mogen u leiden”, een wens. Foei!

  5. Een oude vriendin van mij antwoordde eens op de vraag of ze in een hiernamaals geloofde: “Na de dood zullen we de waarheid zien”. Wijsheid en rust spreken daaruit. Maar nu stel ik me ineens de vraag naar die verhouding
    tussen waarheid en spel. Daar ben ik nog niet uit. Zouden dat tegengestelden zijn? Sla je dan het uitgangspunt “spel” bewust over? Overigens: Ik vond de reacties erg mooi om te lezen.

  6. Geloven in een hiernamaals heb ik nooit gedaan, hoewel mijn moeder me dat wel leerde. Ook niet toen ik nog ‘echt’ geloofde. Dus ‘speel’ ik er ook niet mee. Maar het gevoel dat je weergeeft herken ik. ‘Ik voel de winden Gods vandaag’ is zo’n lied waarbij ik het niet droog houd. Waarom? Omdat er van alles bij je ‘boven komt’. Wát, dat kan ieder voor zich zelf invullen.
    Het voelt als weemoed naar een tijd dat ik me zeker waande van het bestaan van een opperwezen. Omdat het hiernamaals voor mij nooit een issue was, staat het beeld van die engeltjes me tegen. Nu ik niet meer ‘echt’ geloof, is een uitvaart wat dat betreft echt ‘einde verhaal’. Het hiernumaals is voor mij des te belangrijker geworden. Als je dit spel wil noemen, o.k., maar wel een spel dat door mij al gespeeld is.

    • Eelke,
      Ben maar zo vrij om in jouw gedachten te komen. Ik herken jouw ontroering bij wat er bij jou ‘naar boven’ komt. Maar dan zit ‘het’ in je. Dan kun (!) je zeggen: ‘ik heb het gekregen’.
      Ik schrijf dit omdat je eindigt met “het hiernamaals is voor mij des te belangrijk geworden”. Kun je dan ook zeggen ‘dat heb ik gekregen’ ?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *