‘HET ZIJN MENSEN’

Dat zei Theo Nederstigt, initiatiefnemer van onze plaatselijke stichting voor vluchtelingenwerk en ook van de kringloopwinkel die dat werk bekostigt. Omdat hij dit jaar deelde in de lintjesregen, mocht ik hem interviewen voor de site van de stichting.

Ik vroeg Theo naar zijn motivatie om dit werk te doen. Zijn antwoord: ‘Het zijn mensen met wie je te maken hebt, toch? Het zijn allemaal individuen, iedereen is anders.’

Over die uitspraak loop ik nog steeds te denken. Het klinkt heel nuchter en eigenlijk heel vanzelfsprekend. En toch is er noodzaak om het te zeggen.

Maar waarom? Er is kennelijk een neiging in mensen om, als het hun uitkomt, medemensen te zien als niet-mensen. En een niet-mens hoef je niet meer menselijk te bejegenen.

Mensen zijn groepsdieren. Ze sluiten zich op in hun eigen roedel. Ze geven een exclusieve – letterlijk: uitsluitende – betekenis aan de eigen context, tegenover alle andere soortgenoten. Gevoelens van superioriteit komen daarin mee.

Dat roedelgevoel begint vaak al bij de eigen familie. Nationalisme is een ander voorbeeld: eigen volk eerst. Racisme en seksisme zijn andere uitsluitende -ismes die vanuit een etnische of gender-roedel superioriteitsgevoelens aanwakkeren.

Ook religies neigen tot exclusivisme, vooral als orthodoxie en fundamentalisme de eigen waarheid met een hoofdletter schrijven. Religies kunnen natuurlijk ook juist compassie en naastenliefde praktiseren, tegen al dat exclusivisme in. Dan kan er ook aandacht zijn voor anderen, als groep en als enkelingen.

Zoals de van huis uit katholieke Theo dat al jaren heeft laten zien.

244-030519

Het interview met Theo Nederstigt lees je hier: http://vluchtelingkinderen.nl/actueel/

3 thoughts on “‘HET ZIJN MENSEN’

  1. “Oordeel niet over uw naaste totdat gij gekomen
    zijt op zijn plaats,
    Versmaad geen mens en acht geen zaak onmogelijk,
    want er is geen mens,
    die zijn uur niet heeft en er is geen zaak die zijn plaats
    niet heeft”.

    Uit: Bronnen der joodse wijsheid
    Spreuken der Vaderen.

    Vind ik goed passen bij, de voor mij onbekende, Theo.
    Een pracht mens, deze Theo.

  2. Dag André,

    Ik zag in Trouw dezer dagen de foto’s van Auschwitz. De vraag die me bij zulke gebeurtenissen altijd weer blijft bezighouden: hoe kun je anderen dit aandoen? Ik begrijp dat dezelfde ontmenselijking bij bommenwerpers (eventueel digitaal) plaatsvindt. De Duitse steden waren in de oorlog een hel.
    Het antwoord ken je natuurlijk: de slachtoffers niet (meer) als mensen kunnen zien, maar dat is onvoldoende.
    Onder welke voorwaarden/omstandigheden gebeurt dat? Ook met mij? Denk ook aan de atoomsoldaten bij de nucleaire proeven. Dat was geen stresssituatie, maar weloverwogen besluit.

    Groet, Jan.

  3. Dag André,
    Kort, krachtig en helder verwoord hoe we als mensen worstelen met ‘het elkaar als medemensen’ zien. Is dat apart stellen ons meegegeven? Uit de metaforische beginverhalen in de Bijbel stuiten we er al op. De Ene heeft het zo niet bedoeld. In die worsteling moeten we uitstijgen boven het ‘ben ik mijn broeders hoeder’ naar wat Theo doet. Chapeau… maar tegelijk een gedrag wat verwacht mag worden van iedereen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *