GODS BESTAAN – Spelen met verdubbelde werkelijkheid

In dagblad Trouw woedt een discussie over het bestaan van God. Aanleiding was de vraag van Anco (7): ‘Professor, bestaat God?’. Anco kreeg antwoord van hoogleraar sterrenkunde Barthel, die te rade ging bij enkele vrijzinnige theologen. Vervolgens kwam hoogleraar systematische theologie Van der Kooi met een rechtzinnig antwoord. Ik denk echter dat niemand geholpen is met een welles-nietes-keuze tussen vrij- en rechtzinnig.

Wat gebeurde er namelijk? Een kind stelde een kindervraag, waar twee volwassenen een volwassen antwoord op gaven. Beide hoogleraren gingen wel op hun hurken zitten, maar sloten niet echt aan bij de beleving van een jongen van zeven. Want wat interesseert een zevenjarige vooral? Spel en speelsheid! Dáár zou een antwoord bij moeten aanknopen. Verrassenderwijs komt er dan een inzicht tevoorschijn dat relevant is voor kind èn volwassene, voorbij het dilemma vrijzinnig of rechtzinnig.

Ik neem even mijn kleinzonen van 5 en 9 als voorbeeld. Als ze komen logeren, is hun rugzakje voor de helft gevuld met knuffels. Voor het slapengaan lees ik de verhalen voor van Paulus de Boskabouter. Of het nu de knuffels zijn of Paulus, op de grens van dag en nacht beleven mijn kleinzonen van alles, in een verdubbelde werkelijkheid. Zo ervaren ze geborgenheid, humor, spanning, gemene streken en goede daden.

Het gaat er hun helemaal niet om of knuffel ‘Haas’ een echte haas is, net zo min als het een punt is of Paulus echt bestaat. Zouden ze mij dus vragen ‘Opa, bestaat God?’, dan zou ik zeggen: ‘Natuurlijk bestaat God. Jullie geloven toch ook dat je niet kunt slapen zonder je knuffels? En Paulus zie je toch zo voor je?’. Het gaat hun erom dat ze iets beleven, niet of het ‘echt’ bestaat.

Die vraag naar het ‘echte’ bestaan heeft de wetenschap ons opgedrongen. Daarom komt Anco uit bij een professor. Zowel de vrijzinnige als de rechtzinnige hoogleraar sluit aan bij de wetenschap, want gaat uit van één enkele beslissende werkelijkheid. Logisch dat dan de vraag naar het bestaan van God problematisch wordt, want God wordt pas mogelijk door het verdubbelen van de werkelijkheid. Beperk je je tot één enkele werkelijkheid, dan kom je òf uit (vrijzinnig) bij een abstracte God die liefde is, schoonheid, creativiteit, energie, of essentie. Òf (rechtzinnig) God manifesteert zich als persoon in zijn (zelden haar) enige echte geschapen werkelijkheid en in Jezus. De vrijzinnige schaft de verhalentaal af, terwijl de rechtzinnige het verhaal tot werkelijkheid verheft.

Waarom bevredigt dit niet? Omdat beide hoogleraren van één werkelijkheid uitgaan. Hun volwassen ernst voorkomt het verdubbelen van de werkelijkheid – waar mijn kleinzonen nog meester in zijn. Volwassenen hebben afgeleerd om te spelen. Vooral als het levensvragen betreft, gaat het gezicht op strakke ernst. Dus ook bij Anco’s vraag. God kom je echter alleen tegen als je kunt spelen met werkelijkheden.

Sinds de opkomst van de wetenschap gaan volwassenen slecht om met het menselijk vermogen tot zingeving. Mensen zijn de enige diersoort die in staat is om de direct zichtbare werkelijkheid te verdubbelen. Met een gereedschapskist vol symboliek kunnen zij zich een uitgebreid beeld vormen van een extra dimensie in de werkelijkheid en daar van alles aan beleven. Alle religies doen dat, en komen dan uit bij God, goden, geesten en nog veel meer.

Die verdubbeling van werkelijkheden gebeurt met beelden, zoals metaforen. Daarvan leven behalve religie ook taal en kunst, en zelfs wetenschap. Het zingevingspel met de verbeelding wordt door atheïsten evenzeer gespeeld als door gelovigen, maar het wordt zelden herkend als spel. Alleen kinderen spelen dat spel onbevangen. In de opvoeding, inbegrepen geloofsopvoeding, leren kinderen het spelen af.

Religie is een spel om afwezigheid en leegte present te stellen door met beelden de werkelijkheid te verdubbelen. De valkuil is om dan aan het resultaat te hechten alsof het ‘echte’ werkelijkheid zou zijn. Maar het gaat om een andere werkelijkheid dan die van de wetenschap. God valt te beleven in woord en gebaar, in verhalen en rituelen. Het is vervolgens zaak om die God als anders te eerbiedigen en niet op een menselijke manier vast te leggen, niet in abstracties en niet als persoon.

Als gelovigen – vrijzinnig of orthodox – hun spelkant herontdekken en worden als een kind, kunnen zij zich aan de ernstkramp ontworstelen. Dan vraagt geen kind nog of God bestaat. En zelfs geen atheïst.

50-060614

NB In verband met spam worden reacties op columns in eerste instantie alleen door André Droogers gezien.

Één reactie op “GODS BESTAAN – Spelen met verdubbelde werkelijkheid

  1. Beste André,
    Door je pleidooi voor spelen met meer werkelijkheden maak je het transcendente, het godsbegrip tot iets dat louter afhankelijk is van persoonlijke opvattingen, c.q., ervaringen. Ik zou de vraag of er een (echte) werkelijkheid is open willen laten, met als argument de beperktheid van het huidige menselijk kenvermogen. Dat we zelf niet, of niet zo makkelijk, verder komen dan een subjectief godsbegrip betekent nog niet dat er geen objectief fenomeen God bestaat, een god die in zoverre een persoonlijk karakter heeft dat het een ondeelbare intelligentie is, niet antropomorf. Het vraagstuk of dat wel of niet zo is, los je niet op door er een spel met meer werkelijkheden van te maken en dat vrijzinnig te noemen terwijl je een positieve beantwoording van die vraag tot dogmatiek verklaart. Het is dogmatisch als het nauwkeurig en algemeen geldend voorgeschreven wordt, maar zolang het een persoonlijke overtuiging op – al of niet goede gronden – is, kan het ook vrijzinnig zijn. Dat kom je bij Doopsgezinden nogal eens tegen. Dat valt buiten de dichotomie orthodox vs vrijzinnig.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *