GOD ALS CREATIVITEIT – Voorbij atheïsme en religie

Soms lees je een boek waarvan je lang niet alles begrijpt, maar dat niettemin fascineert. Je aarzelt regelmatig of je het boek wilt uitlezen, en toch ga je door. Al ontgaat je soms de zin van hele bladzijden, je blijft horden lopen. Uiteindelijk bezorgt de extra inspanning je na de laatste horde een bevredigend gevoel.

Mijn meest recente ervaring met het hordenlooplezen betreft een boek van de Canadese bioloog Stuart A. Kauffman. Het is ‘al’ uit 2008 en het heet ‘Reinventing the Sacred: A New View of Science, Reason, and Religion’. Het werd me aangeraden door mijn Gentse collega Rik Pinxten. Die is behalve hoogleraar antropologie ook voorzitter geweest van de Vlaamse afdeling van het Humanistisch Verbond. De titel van het boek vond ik al spannend – toe maar, het heilige opnieuw uitvinden, en dan ook nog een nieuwe kijk op wetenschap, rede en religie. Dat Rik het als humanist aanbeval, maakte me nog nieuwsgieriger. Hij had niets teveel gezegd, al had hij me niet voor de horden gewaarschuwd.

Waar gaat het dan over? Kauffman komt met een nieuwe kijk op de natuurwetenschappen. Hij wil die verlossen van het idee dat de natuur met wetten te verklaren is. De rede ziet hij als slechts een van de middelen die we hebben om ons leven te leven, en wetenschap is wat hem betreft niet de enige weg naar waarheid. Geloof, als onbewezen kennis, is voor hem niet het monopolie van religie. Wetenschappers moeten het er bij hun verkenningen evengoed van hebben. Kauffman ziet zo ook overeenkomsten tussen wetenschap en poëzie.

Is er dan een alternatief voor de gebruikelijke wetmatige benadering? Kauffman komt met ‘radicale creativiteit’. Die creativiteit is niet te herleiden tot wetten die de zich steeds herhalende processen regeren. Ze zit in het universum ingebouwd en laat zich niet of nauwelijks voorspellen. Er zijn volgens Kauffman namelijk in de natuur veel meer processen mogelijk dan de wetten registreren. Hij ziet de natuur uiteindelijk als zelf handelend. Een centraal begrip in Kauffmans model is emergentie, opduiken, tevoorschijn komen, als een vorm van zelforganisatie. Maar dat stelt hem voor de vraag naar de bedoeling in al die radicale creativiteit. Waarom duikt iets op? Daarom spreekt hij – verrassend in deze context – van waarden. Die sturen de creativiteit, ook in de biosfeer. Hij zegt bijvoorbeeld: Als er letterlijk miljoenen combinaties denkbaar zijn binnen de evolutie, waarom komt dan juist die ene er uit? Hij berekent dat de geschiedenis van het universum zich triljoenen keren zou moeten herhalen om alle denkbare proteïnen minstens één keer te kunnen voortbrengen. Waarom komt dan juist dat ene resultaat dat wij kennen? Darwins natuurlijke selectie helpt niet om die unieke uitkomst afdoende te verklaren. Zijn hele verhaal is aftastend en voorzichtig verkennend, maar intussen bouwt hij toch een model dat een alternatief is voor de puur wetmatige benadering.

Al snel geeft Kauffman zijn eigen geloofsbelijdenis af. Hij zegt dat wij God hebben uitgevonden, zodat hij kon dienen als ons krachtigste symbool. Dat klinkt atheïstisch, maar zo vind je het heilige natuurlijk niet opnieuw uit. Kauffman noemt de radicale creativiteit in het universum ‘God’. En dat is geen recycling van het scheppingsverhaal, en ook niet zoiets als intelligent design, waar Kauffman tamelijk sceptisch over is.

En waarom las ik dit boek met rode oortjes? Allereerst omdat Kauffman laat zien dat vooronderstellingen een belangrijke rol spelen in de natuurwetenschappen. Als je die verandert, krijg je een heel ander verhaal. Door die betrekkelijkheid valt wetenschap van het voetstuk waarop ze de laatste twee eeuwen getild is. Dat betekent dat je wetenschap ook niet meer zo gemakkelijk tegenover religie kunt zetten. Grappig is ook dat ‘bovennatuurlijk’, als term voor wat heilig heet, op deze manier zijn zin verliest. God is ineens binnennatuurlijk. En nog iets: we zijn op deze manier ook niet langer ons brein. Daar zijn we veel te creatief voor. We weten nog nauwelijks hoe onze creativiteit werkt.

Wat Kauffman betreft, moeten wetenschap en religie  samen het heilige opnieuw uitvinden. Ook toevallig! Ik koos ‘Voorbij godsdienst en atheïsme’ als de ondertitel voor mijn nieuwe boek ‘God 3.0’.

Ik krijg ook rode oortjes van het feit dat Kauffman niet bang is om zich buiten zijn eigen vak te begeven. Hij schrijft behalve over religie ook hoofdstukken over economie en politiek. De universele ingebakken creativiteit ontwaart hij ook in economische en politieke processen. Ineens is de God van Kauffman overal, zelfs binnenmaatschappelijk!

Zo’n godsbegrip vertoont bijna per definitie kenmerken die overeenkomen met die van de natuur, zoals Kauffman die ziet, met name in het alom aanwezige, het onvoorspelbare en het niet kenbare. Niettemin zitten er bij God èn natuur een sturing, waarden en een bedoeling achter. Kauffman construeert voor je ogen in nog geen 300 bladzijden een nieuwe religie. Eigenlijk vindt hij ook het hele begrip religie opnieuw uit. Dat moet opnieuw gedefinieerd worden.

Om van dit betoog kennis te nemen, heb ik de bladzijden over het ‘multiple-platform argument’, ‘protoagency’ en ‘supervenience’ maar voor lief genomen. En nu hoop ik maar dat jij, lezer, ondanks de horden deze slotregel hebt gehaald…

19-311013

NB reacties op columns worden in eerste instantie alleen door André Droogers gezien

3 reacties op “GOD ALS CREATIVITEIT – Voorbij atheïsme en religie

  1. Toch weer een bedoeling achter de radicale creativiteit en geen toeval? Ik hou het er maar op dat we toch de hele werkelijkheid niet kunnen kennen want ‘we are a system within ourselves’.

    • Dit sluit verrassend aan bij mijn gegroeide ‘overtuiging’, dat je de mogelijkheid open moet laten dat materie een aspect is van een grotere werkelijkheid, een werkelijkheid die ook een geestelijk aspect heeft. Als je het positivistisch materialistisch dogma dat er niets is behalve materie – een dogma vooral gebaseerd op Kants uitspraken dat wetenschap alleen te bedrijven is over het tastbare en dat de rest een zaak van het geloof is – opzij zet komt er ruimte voor het gezichtspunt dat alles doordrongen is van geest, van intelligentie (want zonder dat geen zelforganisatie) die een scheppende rol speelt in alles wat we van de materiële wereld (ook psychisch, door gevoel, met het hart) waar kunnen nemen. Het geeft ruimte om over de onwaarschijnlijkheid heen te komen dat alles maar toevallig is ontstaan.

  2. Soms hangen dingen in de lucht. In het antroposofisch weekblad Das Goetheanum las ik de recensie van een boek – met een vergelijkbare gedachtenontwikkeling als die van Kaufmann – door de Amerikaanse filosoof Thomas Nagel Geist und Kosmos, uitg. Suhrkamp (oorspronkelijk Mind and cosmos) – “Waarom het materialistisch, neodarwinistisch concept van de natuur zo goed als zeker fout is”. In een beknopt en helder betoog haalt hij het materialistisch neodarwinisme onderuit. Het leven en het bewustzijn kunnen niet tot de toevallige wisselwerkingen van elementaire deeltjes worden gereduceerd, zegt hij. Nagel voorziet een nieuw wereldbeeld waarin leven en bewustzijn natuurlijke eigenschappen van het universum zijn. Nagels belangrijkste argument is kortweg: als het materialistisch darwinisme klopt dan is de mens met inbegrip van zijn intellect een product van het toeval. Als dat zo is zijn onze gedachten ook aan toeval onderhevig en kunnen we er niet van op aan dat ons denken ons waarheid openbaart. En dat betekent weer dat de bewering dat wij product zijn van het toeval, zowel waar als onwaar kan zijn. Dat geldt ook voor de ordening, de opbouw van de wereld, want de wereld begrijpen berust op de vooronderstelling dat deze begrijpelijk is. Nagel wil daarom geest, bewustzijn en leven als kern van een realistisch wereldbeeld zien. Hij pleit voor een “great cognitive shift”, een paradigmawisseling, en wil bewustzijn als een objectieve werelddoordringende werkelijkheid beschouwen, die zowel individueel als intersubjectief bestaat. Elk leven is dan “deel van een langdurig proces waarin het universum geleidelijk ontwaakt en zich van zichzelf bewust wordt”. Het materialistisch darwinisme is geen onzin, zegt Nagel, maar moet uitgebreid worden met de aanname van een in de natuur werkzame doelgerichte kracht. De materie wordt niet alleen door neutrale chemie en fysica bepaald, maar ook door een kosmische predispositie voor de schepping van leven, bewustzijn en moraliteit. (Noot Pieter: dat betekent minstens dat de geest en materie zich tegelijkertijd ontwikkelen, of de geest gaat aan de materie vooraf) Nagel beschouwt zich schatplichtig aan het idee van natuurlijke doelgerichtheid van Aristoteles. Hij onderkent dat het idee van een universum dat er op gericht is leven en geest voort te brengen een radicale ommekeer in het denken over de wereld vereist.

    Pieter Meester, 8 nov. 2013

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *