GELOVIGE ATHEÏSTEN – Voorbij de tegenstelling!

Deze week was ik te gast bij de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. De bijeenkomst was belegd om twee boekjes te bespreken: de VU-oratie van Christa Anbeek ‘Aan de heidenen overgeleverd: Hoe theologie de 21ste eeuw kan overleven‘, en mijn ‘God 3.0: Voorbij godsdienst en atheïsme; Hoe ziet God er uit in de 21ste eeuw?‘. Het inleidinkje dat ik daar hield, heb ik bewerkt voor deze druppel-column.

In mijn boekje heb ik geprobeerd voorbij de gebruikelijke tegenstelling tussen godsdienst en atheïsme te komen. De ondertitel zegt dat al. Mijn beginvraag luidt: Zijn religies onderling echt zo exclusief?

Wat typeert de mens? De mens is heel bekwaam in het betekenis geven, en toch blijkt die gave uiteindelijk niet afdoende. Er zijn namelijk allerlei grotere gehelen die zich niet laten temmen door al die betekenisgeving. Voorbeelden zijn tijd, ruimte, natuur, samenleving, lichaam, zelf en het kwaad. Eigenlijk is het vermogen om aan van alles betekenis toe te kennen ook zo’n groter overstijgend geheel. De mens weet er niet goed mee om te gaan en begrijpt niet alles. De mens is een ‘geniale prutser’, zoals Jean Paul van Bendegem dat zegt.

Ik denk dat religie het prutsen compenseert met uitbundige betekenisgeving over god, goden, geesten. De kwaal is de remedie. Het heilige vertegenwoordigt weliswaar een nieuw groter geheel, maar daar valt nog aardig mee te communiceren en te leven. De eerder genoemde lastige grotere gehelen komen bovendien in een ander licht te staan. Tijd wordt bijvoorbeeld eeuwigheid, ruimte alomtegenwoordigheid, natuur schepping, de samenleving heilig, het lichaam een tempel, het zelf een ziel, en het kwaad wordt bestreden met het goede. Hun problematische kant wordt zodoende beheersbaar. Tegelijk leveren deze grotere gehelen veel religieuze symboliek, juist omdat ze even overstijgend zijn als het heilige.

Religies zijn zingevingspelen. Van den beginne spelen gelovigen met zingeving, alleen hebben ze zelf zelden door dat ze spelen met beelden en betekenissen. Dat komt omdat spelen een serieuze aangelegenheid is. Het is in het geval van de religies niet moeilijk die ernst op te brengen, want het gaat ze om de diepste levensvragen. Die ernst verklaart meteen de exclusieve claims. Daarnaast bevorderen marktwerking en machtswerking het monopoliegedrag van religies. Maar eigenlijk zijn religies op de geglobaliseerde levensbeschouwelijke markt gelijk aan elkaar.

Ik neem het 21ste-eeuwse godsbegrip van God 3.0 daarom als een een verzamel-godsbegrip, meer een gidsbegrip dan een godsbegrip. God 1.0 is voor-modern, 2.0 is het godsbeeld van de reactie op modernisering, dus op de toepassing van wetenschap in de samenleving. God 2.0 beweegt zich op het spectrum tussen orthodoxie en vrijzinnigheid. God 3.0 is niet exclusief maar de god van de tolerantie tussen religies. Ze is bovendien bezorgd over de grote wereldproblemen van deze eeuw: armoede, geweld, vervuiling en conflict.

Ogenschijnlijk neem ik met deze benadering een atheïstisch standpunt in. Maar feitelijk wil ik juist voorbij de tegenstelling tussen godsdienst en atheïsme komen. Ik laat ruimte, ook voor mijzelf, om het religieuze zingevingspel van de eigen voorkeur te spelen. Ik kan dat zo kan bedenken omdat het spel serieus gespeeld moet worden.

En seculiere levensbeschouwingen dan? Die zijn wat mij betreft ook zingevingspelen, met andere axioma’s, maar evenzeer in de weer met de eerdergenoemde grotere gehelen. Net als gelovigen hanteren niet-gelovigen daarbij onbewezen vooronderstellingen. In die zin zijn zij dus ook gelovigen. Mijn religietheorie bouw ik zo uit tot een theorie van levensbeschouwingen. Gelovigen en ongelovigen lijken meer op elkaar dan ze altijd dachten.

We moeten ons dus niet langer laten gijzelen door een tegenstelling die de modernisering ons heeft opgedrongen. Die heeft nu twee eeuwen zendtijd gehad. De 21e eeuw vraagt ons om voorbij de tegenstelling te denken. De relevante vraag is nu: Wat hebben gelovigen en niet-gelovigen gemeenschappelijk? In ieder geval de vragen rond de overstijgende gehelen. En enkele forse wereldproblemen.

Hoe kunnen we elkaar ruimte gunnen, in plaats van elkaar te verketteren? Het zou mooi zijn als iedereen uit de loopgraven klimt, sowieso religies onderling, maar ook religie en atheïsme. In plaats van elkaar te bestrijden, kunnen we dan gezamenlijk strijd leveren tegen wat de kwaliteit van leven bedreigt.

40-280314

NB In verband met spam worden reacties op columns in eerste instantie alleen door André Droogers gezien.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *