GELOVEN IN DE GOEDHEILIGMAN – Sint en de zingeving

Onze kleinzonen Lev (bijna 5) en Noah (bijna 9) hebben zich ter gelegenheid van de intocht van Sinterklaas verkleed als Pietjes. Grote pret. De jongste is voor de volle honderd procent gelovige. De oudste houdt het op half-om. Bij een kleine opiniepeiling op school over het geloof in de Sint had hij twee keer zijn vinger opgestoken, als gelovige en als niet-gelovige, beide keren met een half krom wijsvingertje. Hoe dan ook, als Pietjes spelen ze allebei met verve hun rol. Voor hen is het een doodnormale ‘verkleedpartij’, en dat is een spel van alle seizoenen.

Tegelijk heeft het iets dubbels, want ze zouden als spelertjes het spel ook kunnen doorzien. Maar zelfs de wetenschap dat twee grotere buurkinderen bij de intocht voor Piet speelden, stort hen niet in een geloofscrisis. Hun hele of halve geloof sluit de conclusie ‘de intocht is een grote verkleedpartij’ uit, ook al verkleden ze zichzelf. Betekenisgeving is alleen consequent als theologen er de hand in hebben.

Toch maar even een theologische kwestie aanroeren. Zo oud als de baard van Sinterklaas is de vraag welke betekenis deze heilige heeft voor het godsbegrip. Hoe verhoudt het geloof in de heilige zich tot het geloof in het heilige? Welke betekenislagen brengt het feest van de Sint in de kinderziel aan, en hoe werken die door in een mensenleven? Als vader al een model is voor het godsbeeld (moeder heeft zelden die rol), hoe gaat het dan met de Sint die op grootvaderlijke toon de kinderen toespreekt?

Sint zou bijvoorbeeld het morele schema van zonde en straf kunnen versterken. Maar gebeurt dat wel? Er is een goede kans dat de teksten van Sinterklaasliedjes, zoals ‘wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe’, domweg niet overkomen. Zoet is een eigenschap van snoepgoed. En zelfs de vraag: ‘Mamma, wat is een roe?’ wordt niet noodzakelijk gesteld. Ook al loopt een kind het risico in de zak mee te moeten naar Spanje, uiteindelijk is de Sint bereid tot vergeving van zonden. Misschien zijn de gedichten bij de pakjes nog de grootste bijdrage aan de morele opvoeding. Ook voor volwassenen zijn die aanleiding tot het jaarlijkse groot onderhoud van de gedragsnormen.

Het zou kunnen dat het tijdelijke geloof in de Sint het godsbegrip meer ondermijnt dan voedt. Dat kan leiden tot de uitholling van het godsgeloof in de volwassenheid. Toch is er een verschil. Wie van zijn geloof in de Sint valt, speelt het spel nog levenslang volop mee. Wie het geloof in God voor gezien houdt, schaft de rituelen meteen af, en kan een bestrijder worden.

En toch. Als kinderen, nog voordat ze zich realiseren dat de Sint een ingehuurde acteur is, al voor Pietje kunnen spelen, dan getuigt dat van gevoel voor het spel. Kinderen zijn daar goed in. Jammergenoeg worden ze gaandeweg en stelselmatig geconditioneerd om te denken: ‘ik doe maar gewoon, dan doe ik al gek genoeg’. Einde spel. Het nationale spel rond de Sint is dan nog slechts een tijdelijke afwijking, een kortstondige opleving, een seizoensritueel, zoals er in een ander jaargetijde carnaval is.

Maar juist vanwege die spelkant zou het Sint-gebeuren meer kunnen zijn dan het begin van het einde voor het godsbeeld. Het spelen van het Sinterklaasfeest zou het zingevingspel rond het godsbegrip in ere kunnen herstellen. Dat zou welkom zijn, want in de religie heeft het spel allang de roe gekregen. Over God kan alleen met ernst gesproken worden. En dat terwijl in alle religies gespeeld wordt met veel betekenislagen. Dat gaat gepaard met veel consequente en inconsequente zingeving. God kan dan zelfs meer worden dan een soort Sint die straft en beloont.

Konden we maar iets speelser met ons godsbegrip omgaan… Hadden we maar wat meer vrijheid om met een half gekromd vingertje over het geloof in God te stemmen. Dat perspectief openen Lev en Noah voor mij in hun Pietenpakjes.

22-221113

NB reacties op columns worden in eerste instantie alleen door André Droogers gezien.

2 reacties op “GELOVEN IN DE GOEDHEILIGMAN – Sint en de zingeving

  1. Prachtige column. Het Sinterklaasfeest is natuurlijk jouw item bij uitstek: religie, spel, macht; het zit er allemaal in. Sint ondermijnt het godsbegrip, maar als in religie het spel-element volop mag meedoen, zou het misschien ook een versterking kunnen zijn voor het godsbegrip! Wat mij betreft : ik wens dat de goedheilig man nog heel lang zal leven.

  2. Sinterklaas wordt ook in Centraal Europa gevierd. Het verschil is dat hij niet begeleid wordt door pieten, maar door een engel en een duivel. Dat laat zich makkelijk kennen als verbeelding van goed en kwaad. (Met zwarte piet is dat niet zo duidelijk en bovendien ligt dat nu gevoelig door ons slechte nationale geweten t.a.v. slavernij, ook al heeft het historisch gezien daar niet echt mee te maken.) Als je je realiseert dat kinderen vooral in beelden denken, dan kun je je voorstellen hoe dat inwerkt op hun ontwikkeling van moraliteit. Vergelijk het met sprookjes, ook daarin kun je beelden herkennen met een morele inhoud. Sinterklaas kun je dan ook zien als een beeld voor het hogere, voor God; een godsbeeld waar volwassenen vaak in bleven hangen om vervolgens van hun geloof te vallen, zodra dat voor hun volwassen psyche niet meer houdbaar bleek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *