EXPERIMENT – Afdenken en omdenken

Stel je eens voor dat je je eigen, geheel nieuw ingerichte, cultuur zou kunnen maken. Of je eigen levensbeschouwing. Je gaat een experiment aan om af te denken van alles wat je bekend voorkomt. En je denkt je leven om.

Ik moest daaraan denken toen ik de oudste roman van de wereldliteratuur las, ‘Het verhaal van Genji’, zo’n duizend jaar geleden geschreven door Murasaki Shikubu, een hofdame in het Japanse keizerrijk. Nu is de Japanse cultuur sowieso al heel anders, maar het hof kende bovendien eigen omgangsvormen. Zo was het de gewoonte om zich in de conversatie niet alleen in proza te uiten, maar ook in poëzie. Ik zie het ons nog niet doen, maar ik vond al die spontaan geïmproviseerde haiku-achtige gedichtjes erg leuk. Het is een kwestie van afdenken en omdenken.

Antropologen – mijn soort – onderzoeken cultuur en culturen. Van mijn eerste veldwerk herinner ik me de verrassing dat het ook heel anders kon dan wat ik zelf voor normaal hield. Antropologen hoeven niet eens te experimenteren om te weten dat het anders kan. Gewoon veldwerk doen.

Het idee dat iets ook anders kan, is vaak al eigen aan een cultuur. Ooit onderzocht ik bij een kleine stam in hartje Afrika het initiatieritueel. Jongens werden geacht zo man te worden. De boodschap van het ritueel was: afdenken en omdenken. Er was een initiatiekamp gebouwd waar de novieten werden afgezonderd. Toen ze aan het eind van het ritueel weer tevoorschijn kwamen, gedroegen ze zich alsof ze hun leven overnieuw begonnen. Ze deden alsof ze niet konden spreken. Ook speelden ze dat ze helemaal opnieuw moesten ontdekken wat lekker was.

Klinkt exotisch, zo’n ritueel, maar wij hebben de groentijd. Aspirant-leden van een studentenvereniging maken hun eigen initiatie door. Deze novieten worden zelfs feuten genoemd, ongeboren vruchten. Niet zelden is er aan het eind van de ontgroening een ritueel waarin de geboorte wordt nagebootst. Groenen beginnen een nieuw en heel ander leven.

Zo exotisch zijn we dus. Of zo geciviliseerd is men in hartje Afrika. Voor de menselijke soort is af- en omdenken normaal. Ritueel helpt daarbij.

Levensbeschouwingen en ideologieën maken expliciet werk van het af- en omdenken. Verwacht je ‘een nieuwe hemel en een nieuwe aarde’, dan denk je je eigen werkelijkheid om. Kloosterlingen denken zodanig af van de werkelijkheid dat ze zich, na een novitiaat, afzonderen. Ben je bekeerd en ‘born again’, dan verschil je niet zo veel van bovengenoemde novieten. Propageer je de ‘heilsstaat’, dan leef je van een blauwdruk voor de ideale samenleving (en ‘heil’ is voor jou geen religieus monopolie).

Niet alleen hoort af- en omdenken bij mensen en hun kijk op het leven, onze tijd moedigt het extra aan. De Verlichting zette het experiment op een voetstuk. Laboratoria waren het resultaat. Experimenteren is in. We worden voortdurend geconfronteerd met de boodschap ‘het kan ook anders’. De reclame meldt dat. De oppositie roept het.

Trouwens, de westerse expansie van de laatste eeuwen verbouwde de wereld. Daardoor ervaren we de wereld nu als één plek en noemen dat globalisering. Kennis over andere culturen en religies is alom beschikbaar. Wil je nu experimenteren met af- en omdenken, dan heb je een enorm repertoire tot je beschikking.

De wereld is ongemerkt één grote speeltuin geworden waar we met heel veel betekenissen en zingeving kunnen spelen. Zo ingeburgerd is dat spel dat het al niet meer experimenteel te noemen is. We spelen al zo vaak dat we ons er niet meer bewust van zijn.

Het is ook wel volle ernst met dat spel. Door die ene complexe wereld is af- en omdenken bittere noodzaak geworden. De wereldproblemen lijken onoplosbaar. Het is een kwestie van samen leven en overleven.

We spelen met vuur. Maar hopelijk ook met heilig vuur.

64-031014

NB In verband met spam worden reacties op columns in eerste instantie alleen door André Droogers gezien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *