Eéntweetjes

   ultrakorte dialogen

HET ONMOGELIJKE DOEN

– Ik heb alles voor je over.
– Voor jou zou ik ook het onmogelijke doen, echt.
– Wil je dan even de CD omdraaien?
– Zet jij dan mijn e-book in de boekenkast?
– Wat houd ik toch van je…
– Maar niet zoveel als ik van jou…
– Wat ben je toch een onmogelijk mens…

 

FIETS

– Goh, jij hebt precies dezelfde fiets als ik!
– Hé ja, opvallend.
– Ook toevallig! Waar heb je deze gekocht?
– Eh, nou, om eerlijk te zijn, tussen jou en mij, ik heb hem gejat…
– Hmm?
– Ja, moment van zwakte, stond niet op slot.
– Dus als ik mijn fiets niet op slot zou hebben gezet…
– …
– …
– Tja, dan was dit gesprek iets anders gelopen.

 

AFDROGEN

Zij breekt een glas bij het afdrogen

– Hoe kon dat nou?
– Gleed uit mijn hand.
– Hoezo?
– Jij bent net vier dagen weg geweest. Nu ben je er weer. Dat is de enige factor die anders is. De laatste dagen heb ik niets gebroken.

Hij haalt de stofzuiger en zuigt ruim bij.

– Ik vind hier ook al scherven!

 

LEUK!

– Kom binnen! Leuk dat je er bent! Enig!
– Ehmm, leuk? Enig? Wat is er zo leuk en uniek aan mij?
– …
– Ben ik soms leuker en eniger dan andere mensen?
– …
– Verwacht je nu dat ik jou ook leuk en enig vind?
– Ja, zo kandie wel weer. Wat wil je drinken?

IK WIL NIET DAT JIJ ALS EERSTE DOOD GAAT

– Ik wil niet dat jij als eerste doodgaat.
– Wederzijds.
– Moet er niet aan denken dat ik alleen overblijf.
– Altijd jou missen, dat wil ik dus ook niet.
– Samen er een eind aan maken is het ook niet.
– Nee, de kinderen…
– Er is eigenlijk maar één oplossing.
– En dat is?
– Elkaar vanaf nu hartgrondig haten.
– Precies.
– Doen we.
– Ik haat jou eigenlijk al zo lang.
– Weet je, ik vond jou altijd al een dwingeland, klojo!

 

GOD

– Wat vind jij, bestaat God?
– Tja, wat een vraag…
– Nou?
– Eerlijk zeggen?
– Liefst wel.
– Maar wat denk jij?
– Nee, ik stel de vraag.
– En dus moet ik antwoorden.
– Ja, dat zijn de spelregels.
– Maar mag ik wel een tegenvraag stellen?
– Ehmm… doe eens een poging.
– Wat betekent ‘bestaan’?

 

VERSTAANDERS

– Wat heb je gedaan met die…
– Oh, die heb ik opgeborgen.
– Heb je ze eerst nog…
– Ja, heb ik.
– En waren ze…
– Ja, hoor, allemaal.
– Je hebt ze toch niet…
– Tuurlijk niet.
– We begrijpen elkaar steeds…
– Ja, zeg dat wel.

 

WOORDSPELEN

– Word je het nou nooit zat, altijd maar die woordgrapjes?
– Tja, ik ben een woorddanser.
– Kijk, dat bedoel ik nou.
– Nee, ik ben een beeldvouwer.
– Wanneer houd je daarmee op?
– Nooit, ik ben een seriewoordenaar.
– Hemeltjedief!

VERLEDEN TIJD

– Weet je wie ik spreekte?
– Ik zulde het niet weten.
– Nee, je kunde het ook niet weten. Je kon hem niet.
– Ik mook nooit kennis met hem?
– Nee, dat wol je niet.
– Iemand uit de verleden tijd zeker?

 

STIL EENS

– Stil eens.
– …
– Moet je horen.
– Horen?
– Ja, stil zijn.
– Wat hoor ik dan?
– Wat tegelijk aan- en afwezig is.

 

INGEHAALD

– Vind je me nog steeds lief?
– Ja, tuurlijk… Hoewel…
– Nou?
– Als ik het zeg is het omdat ik het zo voel.
– Ja en dus?
– Of eigenlijk voelde, want toen ik het zei was ik al een seconde verder.
– Wat zeur je nou?
– Nee, want ik had het dus over iets wat net gebeurd was, niet nu.
– Dus houd je nu ineens niet meer van me?
– Het is dat ik alleen in de verleden tijd van je kan houden.
– Je loopt dus altijd achter op jezelf?
– Ja, zoiets.
– Zeg supersnel: ik hou van je!

 

PRECIES

– Ik wil nog steeds een antwoord op mijn vraag.
– Of God bestaat, zeker.
– Precies.
– En dan wil je een precies antwoord?
– Als het ff kan.
– Maar over een afwezige is het moeilijk precies te zijn.
– Precies, daarom vraag ik je.
– Zullen we dan maar spelen dat de afwezige aanwezig is, zo nu en dan?
– Kan het niet preciezer?
– Nee, ff niet.
– Moet ik zeker een eeuwigheid wachten?
– Tot de dood erop volgt…
– Dan toch maar samen spelen.

WEDSTRIJDJE ONGERIJMD

– Grijs begrip komt met de jaren.
– Eerst de korrels, dan de aren.
– Eerst het spinsel, dan het garen.
– Eerst het loon en dan het sparen.

– Eerst vergaren, dan het delen.
– Eerst het werk en dan het spelen.
– Eerst alleen en dan met velen.
– Eerst de ziekte, dan het helen.

– Eerst gezondheid, dan de dood.
– Eerst teveel en dan de nood.
– Eerst een peuter, plotseling groot.
– Eerst de aren, dan het brood.

– Eerst jouw ogen, dan je gezicht.
– Eerst het proza, dan het gedicht.

– Rijm zo verder, rijm zo voort.
– Eerst de jaren, dan dat ene woord.

 

ZIN

– Jij zegt dat het zinloos is.
– Ja, het heeft toch geen zin?
– Maar wat bedoel je dan? Betekenisloos?
– Ja, van geen betekenis.
– Woordgrapje, zeker?
– Nee, zinvolle term.
– Maar alles heeft toch een betekenis, zelfs niets?
– Worden we filosofisch?
– Nee hoor, ik mag je graag jennen.

 

WEER EENS

– Zullen we het weer eens over God hebben?
– Alweer?
– Over iets dat onbenoembaar is kun je het eindeloos hebben.
– Je zou het ook kunnen benoemen, dan ben je er vanaf.
– Hoe dan?
– De grote afwezige.
– Ik ga voor de grote onbekende.
– Wedden dat je er morgen weer over begint?

 

ALS

– Weet je, de kans dat wij een stel zouden worden was echt minimaal.
– Hoezo dan?
– Nou, alleen al omdat er theoretisch een match is met een flink aantal eventuele partners.
– Zit wat in.
– Bovendien is er de loop van de gebeurtenissen. Als jij of ik nu eens niet op dat ene moment…
– Geen speld tussen te krijgen.
– Maar gelukkig was daar de romantiek…
– Dat je dat allemaal uitdenkt… Wat ben jij toch uniek!
– Wat ben jij toch trouw!

TAAL

– Weet je wat ik ontdekte?
– Zeker iets wat eerst toegedekt was.
– Nee even serieus. Het woord ‘verantwoordelijk’.
– Wat was daarmee?
– Dat je dus antwoord geeft.
– Maar dat is toch vanzelfsprekend.
– Spreekt het woord dan? En ook nog vanzelf?
– Ja, je moet niet alles zo letterlijk nemen.
– Naar de letter, zeker?

 

IDENTITEIT

– Wie ben jij eigenlijk?
– Mijn eigenste zelf?
– Ja.
– Wat ik denk dat ik zelf ben?
– Bijvoorbeeld.
– Maar bedoel je wie ik dan echt ben, of zoals ik zou willen zijn?
– Doe maar allebei.
– Maar belangrijker is wat anderen denken dat ik ben.
– Hmm.
– Of wat anderen van mij verwachten.
– Mijn God, ben je dat allemaal?
– Ja, ik ben jouw God, in het diepst van mijn gedachten.

 

LAAT TELEFOONGESPREK

– Kom jij wel eens tot jezelf?
– Elke dag, wat zeg ik, elk dagdeel.
– Hoezo?
– Nou, vandaag bijvoorbeeld. De dag begon met halfuurtje zen.
– Begon?
– Ja, na het paleo-ontbijt had ik dan mijn yogagroepje.
– Meer?
– Zeker, ik lunchte met mijn new age leesclubje.
– Interessant.
– Op de terugweg liep ik de kerk hier om de hoek binnen voor een kaarsje en even zitten.
– Toe maar.
– Daarna ging ik naar mindfulness.
– Je bent er maar druk mee.
– Ja, vanavond had ik dan nog lectio divina.
– Een volle dag.
– En dadelijk voor het slapen gaan doe ik nog een halfuurtje tai chi, daar slaap ik lekker op.
– En morgen?
– Weer lekker aan de gang, maar andere volgorde.
– Kom jij wel eens tot jezelf?

 

OPEN EINDE

– Wat is je bedoe?
– Ik wil alleen maar vergelij.
– Je wilt alles afkor?
– Nee, alleen maar verkor.
– Klinkt veelbelo maar wel onvolle.
– Blijft er wat te fanta over.
– Tis een andere manier van spre, bij wijze van.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.