DOOD

Binnen een paar dagen werd ik bepaald bij drie manieren van omgaan met de dood.

Esther Gerritsen vertelde in haar column in de VPRO-Gids over een vakantie op Schiermonnikoog. De kinderen hadden heremietkreeften gevonden en in een fles gedaan. Helaas, de diertjes overleefden het niet. Kinderen verdrietig. Maar er was net voorgelezen over een ridder voor wiens zielenrust gebeden werd. Terwijl ze probeerde niet te lachen, stelde Esther de kinderen voor om te bidden voor de zielenrust van de heremietkreeften. De kinderen vouwden meteen hun handen en sloten hun ogen.

In de Volkskrant las ik een interview met schrijfster Renate Dorrestein. Ze lijdt aan slokdarmkanker en heeft waarschijnlijk nog een jaar te leven. Het interview opende in koeienletters met haar opmerking: ‘Natuurlijk ga ik naar de hemel, wat heb ik in de hel te zoeken?’. Ze zei ook: ‘Ik geloof gewoon in God, klaar’. Haar dag begint ze met een dankgebed. ‘Het is verwarmend om de dag zo te beginnen en je even te verbinden met het al dat dit jou toch maar schenkt.’ Ze meent dat alle geloof hoop is. ‘Maar het is wel heel troostend’.

En een eigen ervaring. De kerkdienst voorafgaand aan de begrafenis van een dierbare vriend sloot af met het lied ‘De steppe zal bloeien’. De tekst van Huub Oosterhuis en de melodie van Antoine Oomen vullen elkaar goed aan. We zongen ‘dode, dode, sta op’. Dat was een vergeefse oproep, en toch zong ik mee, op mijn maximale baritonvolume.

Drie voorbeelden van hoe je naar de dood kunt kijken. Mensen zijn, vaak tegen beter weten in, op zoek naar verder leven. Het gebied tussen het zinvolle leven en de zinloze dood nodigt uit tot het uitdagend verkennen van het gebied tussen zin en onzin. Als de dood met ons speelt, moeten we spelen met de dood.

177-220917

NB In verband met spam worden reacties op deze column in eerste instantie alleen door André Droogers gezien.

4 reacties op “DOOD

  1. “Zinloze dood”. De dood is voor mij een hoofdzaak, speelt een hoofdrol in mijn denken over leven. Als ik niet sterf, mijn lichaam (materie) niet kwijt raak, kan ik niet in de ‘hemel’ zijn, onbeperkt leven, in het Rijk van de Geest.
    Ik zie ‘spel’ meer in het “verzamelen van schatten” voor in de hemel omdat dat hemelleven (Geest) effectief werd bij mijn doop. Dan kun je aan je zelf vragen of hetgeen je verzamelt inderdaad een schat is.
    “Tegen beter weten in” is dan niet zo geldig; goed proberen lijkt me leuker, meer ter zake. Wat weten we van ‘na de dood’? Puur verstandelijk niets. Wel vermoedelijk ‘weten’, want ik vind de mens een te mooi wezen om zomaar een loos wezen te zijn en te inhoudsrijk om niet voor het goede bestemd te zijn. Het kwade maakt alleen maar kapot; het goede blijft – dat willen we toch graag. Dacht ik zo.

  2. Mooie tekst Andre. Je kunt alleen niet zeggen dat mensen tegen beter weten in in een verder leven geloven. Dat weet je niet; dat het niet zo is, is ook een geloof.
    Groet
    Pieter

  3. Bahá’u’lláh zegt: ‘Ik maakte de dood een boodschapper van vreugde voor u, waarom treurt gij? Ik schiep het licht om zijn luister over u uit te stralen, waarom keert gij u er van af?’

    Als de Boodschapper van God voor deze tijd dit zegt, hoe eigenwijs zijn wij dan om daar niet in te geloven?

  4. Toch moet een mens, denk ik, om het spel van de dood met ons en van ons met de dood mee te kunnen spelen, een zekere afstand tot het ingrijpende moment van een dood hebben. Toen mijn ouders op redelijk hoge leeftijd stierven, lukte het me best nog wel over het spel van de dood en met de dood te peinzen. Hun ouderdom en mijn volwassenheid bouwden een zekere afstand in: “zo is nu eenmaal de loop der dingen”. Maar toen ons eerste kleinkind totaal onverwacht op jonge leeftijd stierf, was ik buiten zinnen; de ernst drukte te zwaar om een beetje afstand te nemen die voor het spelen van een spel, met hoeveel ernstige inzet ook, nodig is. Volgens mij bewegen alle 3 de voorbeelden zich ergens op de lijn tussen een zekere maar niet te grote afstand en voldoende maar niet te sterke nabijheid, d.w.z. nergens zoveel nabijheid dat het spel niet te spelen was, maar ook niet zoveel afstand dat het spel een nu een maal af te werken ‘spelletje’ wordt dat je meespeelt omdat het er nu eenmaal bij hoort.
    Onlangs zong ik tijdens de r.k. begrafenisdienst van een goede bekende op verzoek het Ave Verum van Mozart. Wat de tekst betreft niet bepaald mijn keuze, maar best wel te doen naar de diepe wens van de nabestaanden en op dat moment ook met een zekere warmte. Bij mijn vrouw zou me zoiets nooit lukken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *