BOSCH

Wat verklaart de belangstelling voor de Bosch-expositie?

Tja, dat is nogal een vraag… Eigenlijk wil ik weten welke betekenissen mensen geven aan de schilderijen van Bosch. Om een antwoord te vinden had ik ter plekke veldwerk moeten verrichten. Dat zat er niet in. Dus ga ik maar bij mijzelf te rade. Wat verklaart mijn eigen belangstelling?

Eerste gedachte: Het is uniek dat er tegelijk zoveel werk van Bosch te zien is. Dat wil ik gezien hebben. Hoewel, in datzelfde ’s Hertogenbosch bestaat al bijna tien jaar het Jheronimus Bosch Art Center. Daar hangt al het werk van Bosch, zij het als reproductie. Voor wie geen toegangsbewijs meer kon krijgen tot de echte expositie, is dit een mooi alternatief. Met nog wat extra’s ook, zoals levensgrote figuren, zo weggelopen uit de schilderijen.

Tweede motief: Het soort werk is uniek. De man had een eindeloze fantasie. Hij bedacht de meest ondenkbare wezens. Die wezens bestaan niet, maar nu wel, gewoon doordat hij ze geschilderd heeft. Dat fascineert. Een mens kan dit allemaal verzinnen en tot werkelijkheid verheffen.

Derde insteek: Als kind was ik dol op van die overladen zoekplaten. Ik kon er uren naar kijken en dan nog steeds iets nieuws ontdekken. Zo vol zijn ook sommige van Bosch’ schilderijen. Het betekent dat bezoekers maar traag door de tentoonstelling gaan, want er is zoveel te zien.

Vierde idee: Ik kijk naar een wereld die ik grotendeels niet begrijp. Met het soort vroomheid heb ik weinig affiniteit. Als antropoloog heb ik het gevoel in een heel andere cultuur terecht te zijn gekomen die ik wil begrijpen. Kunsthistorici hebben dagwerk om te achterhalen wat Bosch bedoeld kan hebben. Dan blijkt dat je de middeleeuwse beeldtaal moet kennen om bijvoorbeeld iets zinnigs te kunnen zeggen over een monnik die wat nonnen hooi laat verzamelen. Hooi = geld, bezit.

En wat verklaart uw gang naar Den Bosch?

131-060516

NB In verband met spam worden reacties op columns in eerste instantie alleen door André Droogers gezien.

8 reacties op “BOSCH

  1. Hi Prof!

    Ik was altijd enorm geïntrigeerd door Bosch, als jonge tiener al. En nog steeds. Toen ik begin van het jaar even in NL was,’ ben ik gaan kijken. In het Art Center, de kaartjes waren uitverkocht. Maar ik vond de uitvergrootte platen juist een enorm pluspunt, ik kon er letterlijk met m’n neus bovenop staan.

    Wat raakt mij zo aan Bosch… Hij zag werelden die anderen niet zagen. Ik kan niet zeggen dat hij zijn tijd ver vooruit was, want wat hij schildert is een andere dimensie, een andere wereld. Maar met elementen die wij vandaag de dag in onze voorstelling van buitenaardse en futuristische werelden gebruiken. Ik denk dat het begrip “tijd” daarom veel genoemd wordt wanneer we naar zijn werk kijken. Er zit bijvoorbeeld een beest in een duikpak / astronautenpak in een van zijn schilderijen, dat vind ik geweldig. Dat bestond in zijn tijd nog helemaal niet.

    Maar wat me ook raakt is zijn interesse in groots en meeslepend drama. Zijn werk barst van het drama. Branden, hel en verdoemenis, een grote chaos. Ik las dat hij als kind een grote stadsbrand heeft meegemaakt, die schildert hij steeds weer. Maar hij schildert ook de corruptheid van de mensheid, de zondes waar mensen zich zo egoïstisch aan over geven, in plaats van meer met elkaar bezig te zijn. Dat zijn allemaal thema’s waar we vandaag de dag ook zo mee worstelen. Maar toch voelt het voor mij niet alsof hij alleen maar veroordeelt: hij laat ook de vreugde en het genot zien dat de mensen en beesten op zijn schilderijen beleven in hun spel, of dat nou goed is of niet.

    Zijn schilderijen zijn zo dynamisch, en zo vol humor. Hij schildert een fluit die in iemands billen zit, en de bladmuziek die daarbij hoort. En mijn favoriet, de vogel met de trechter op zijn kop en schaatsen onder. Ik vind zijn beesten echt meesterlijk, ze zijn zo grappig en bezield. Het zijn geen enge duivels, maar entiteiten die zo beminnelijk zijn in hun unieke complexe essentie. Dat is een derde element dat mij raakt. Ik weet niet of hij speels was, maar ik ervaar zijn beesten als speels, als goed en slecht tegelijk, zoals wij mensen ook allemaal complexe wezens zijn. Dat is voor mij de diepte in zijn werk. Ik zie er geen platte moraliteit in, maar een viering van de enorme pluraliteit van ons bestaan.

    Maar of hij dat ook zo bedoelde, is een compleet andere vraag. Inderdaad, de Middeleeuwse beeldtaal is niet de onze. Maar voor mij is dit wel mijn antwoord op de vraag waarom hij mij vandaag de dag nog zo raakt.

    Liefs,

    Angela Roe

  2. Daar kan ik in alle onschuldigheid wel op reageren. Ook voor mij was de grenzeloze fantasie adembenemend. Dan dat hij dit alles heeft geschilderd in een tijd dat geen schilder zich met zulke zaken bezighield, naar ik meen. En ‘zulke zaken’ bedoel ik heel breed. Seksueel, menselijk, bijna porno-achtig en martelend. Je moet het je niet te reëel voorstellen wat je allemaal ziet. Ook de stortvloed van diverse afbeeldingen naast, over en rond elkaar is ongelooflijk. Ik ben niet naar Den Bosch geweest en zo zal het wel blijven, maar een mooi platenboek, met zo groot mogelijke afbeeldingen, hoop ik nog eens te kunnen bekijken. Jan Starreveld

  3. Liever: “…een monnik die nonnen wat hooi laat verzamelen…” dan: wat nonnen hooi laten verzamelen.
    Het ‘nonnenwezen’ van binnenuit kennende klinkt het respectloos in dit verband te praten over ‘wat nonnen’.

    In 1965 hingen wij een grote poster van Het Narrenschip in de hal van onze Kardinaal de Jong-school, Deken Roesstraat, Utrecht, om ‘onszelf bij de les te houden’.

  4. Ik ben helemaal niet naar de expositie geweest. Ik kan niet tegen het gewoel en de drukte op zo’n tentoonstelling. De replica heb ik al eerder wel gezien. Je kunt er eeuwig op studeren. Ik sta wel wat sceptisch tegenover de rage van de grote exposities overal in Europa en de laatste jaren zeker ook in Nederland. Er wordt van alles opgepoetst en onder steeds nieuwe thema’s bijeengebracht om de aandacht van de bezoeker te krijgen. Musea concurreren met elkaar. Waar deze hausse eindigt, weet ik niet, maar ze kan niet lange tijd doorgaan. Binnenkort haasten we ons van festival naar expositie, want we moeten het allemaal gezien en meegemaakt hebben. Soms ga ik liever naar Singer in Laren, Flehite in Amersfoort of het Coda in Apeldoorn, waar veel moois te zien is en je meestal goed kunt rondlopen.

  5. Ik heb de expositie bezocht en weet me eigenlijk nauwelijks raad met zijn voorstellingen. Was Jeroen Bosch wellicht autistisch of anderszins afwijkend? Voelde hij vanuit de Middeleeuwen een andere tijd naderen en verweerde hij zich tegen die nieuwlichterij met beelden, waarmee hij werd opgevoed? Ging er een golf van a-religiositeit door de ‘wereld’ toen en wilde hij de mensen wijzen op de gevolgen van godverlatenheid? De uitbeeldingen zijn vaak zo ‘schokkend’ dat hier m.i. sprake is van een zieke geest en/of een geniale gek die al wat normaal is achter zich laat en zijn voorstellingen zonder reserve op het doek zet. Tegelijk geef ik wellicht met deze opmerkingen toe dat ik niets van de tijd waarin hij leefde begrijp.

  6. ‘Dat gaat naar Den Bosch toe, zoete lieve Gerritje. Dat gaat naar Den Bosch toe, zoete lieve meid.’
    Mag ik nog meedoen met je onderzoek, hoewel ik niet naar den Bosch ging, ook niet voor een bezoek aan Gerritje?

    Ter aanvulling op je vier motieven een vijfde en volgens mij een eenvoudiger en wellicht de belangrijkste reden voor mensen om in den Bosch op hun tenen te gaan staan is mijns inziens:
    Het was één van de meer dan vierhonderd jaarlijks georganiseerde evenementen, festivals, en hypes e.d. Ze hebben gemeen dat een aanzienlijk deel van de (wereld)bevolking zich daar verzamelt. Ook de musea hebben deze markt (gedwongen door subsidievermindering) onlangs ontdekt. De Fundatie en ons RMT (Rijksmuseum Twenthe) zorgen voor de één na andere publiekstrekker, althans labelen dat zo. Het RMT biedt daarbij workshops, huiskamerzondagen met koor, muzikanten, hapjes, een sprekert, kinderbezigheden, audiorondleidingen enz. Altijd zijn deze tentoonstellingen-met zeer druk bezocht, zodat wij als vrienden van het RMT er niet meer heen gaan (Het Larense Singer, waar ik onlangs een kwaliteitsexpo bezocht, is nog een oase van rust). Een slimme directie weet soms al een jaar van te voren via allerlei kanalen het unieke van zijn/haar onderneming den volke kond te doen.
    Kortom: Je móet er gewéést zijn…
    Iedereen was er dan ook. Ik was er niet.
    Jullie beiden zijn natuurlijk gegaan uit liefde voor de kunst en vanuit antropologische aandrang…

    Nu het evenementen-, festival-, pop-, sportgedoe weer begonnen is, aan jou als deskundige de vraag: wat drijft die honderd duizenden ieder weekend weer daar achterheen te gaan en soms een gehoorbeschadiging op te lopen? Het succes van dergelijke volksverzamelingen wordt achteraf gemeten aan het aantal honderduizend bezoekers. Ik begrijp die mensen niet. Zijn jouw vier motieven daarop het antwoord?

    P.S. Jaren geleden stonden we uren in de rij voor een Monet-expo in het Petit Palais. Toen we eindelijk binnen waren, bleken we op onze tenen te moeten staan om iets over de hoofden van de ‘kunstliefhebbers’ heen te kunnen zien. Toen heb ik het besluit genomen, dat me dit nooit meer zou overkomen.

  7. Bert Tolsma,
    Mij lijkt dat je Bosch alleen serieus beziet. Ik zie humor, speelsheid en zo ook als ‘gereedschap’ om iets te berde te brengen – horen ook bij het leven.
    Het knappe ligt niet alleen in de schilderkunst/-techniek, maar is ook dat het punt waar een detail op doelt niet met een lachje wordt weggeveegd. De ernst en de realiteit blijven mij bij.

  8. Monsters en helse kwellingen waren geen uitvinding van Bosch, ook het Isenheimer altaar van Grünewald in het museum Interlinden in Colmar is vol kwaadaardige vogels met haaksnavels en mensenarmen. Het was, zou je bijna zeggen, niets bijzonders. De alledaagse 15e-eeuwse wereld om Bosch heen was vol kreupelen, bordelen, armen, vrekken, goochelaars, lammen en blinden, hoewel over het algemeen de mensen ook toen geen varkenskoppen hadden.
    Aardig boek over dit onderwerp is ‘Een duister voorgevoel. Reizen naar Jheronimus Bosch’ door Cees Nooteboom.
    Hij stelt een leuke vraag: ‘Wat zien Chinezen, Japanners, Arabieren en ook dat al zo andere volk, jonge mensen, die de Bijbel niet meer kennen, vaak van mythologie weinig weten, niet katholiek zijn opgevoed, als ze Bosch zien? Zien ze met hun eenentwintigste-eeuwse ogen hetzelfde als Filips II die Bosch in zijn werkvertrek had hangen?’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *