BOOS OP GOD

Het is een bekende redenering: ‘Hoe kan een God van liefde in godsnaam het lijden toelaten?!’. Terechte boosheid. Of toch niet?

De echte vraag is of er een God is die correspondeert met wat mensen over hem beweren. Het woord ‘God’ bestaat alleen dankzij mensentaal. Godsdiensten verschillen bovendien sterk in hun godsbeelden. Zelfs gelovigen van een zelfde godsdienst kunnen onderling uiteenlopende versies van hun God hanteren.

Als je in je boosheid God afschaft, ontdoe je je van een versie, ook al denk je de echte, werkelijke God weg te doen. De vraag is niet of God er is, maar of de versie juist is. Klopt bijvoorbeeld deze versie wel die de liefdevolle God tegelijk het vermogen tot ingrijpen toeschrijft? Er zijn ook versies die kwetsbaarheid en mede-lijden benadrukken als goddelijke eigenschappen. In alle versies klinken menselijke ervaringen mee: de strenge vader, de zorgzame moeder, straf en beloning, de noodzaak om het lijden te begrijpen.

Vanwege die veelheid aan versies ligt boosheid om tegenstrijdigheden, zoals die tussen liefdevol zijn en toch lijden toelaten, voor de hand. Of ook die tussen Gods almacht en de menselijke vrije wil.

‘God’ is een puzzelwoord waar mensen mee spelen omdat hun leven op het spel staat.

215-210918

NB In verband met spam worden reacties op deze column in eerste instantie alleen door André Droogers gezien.

6 reacties op “BOOS OP GOD

  1. Goede André,
    ik houd er een godsversie of -beeld op na, dat zoiets is als de Metgezel. Deze Metgezel kan niet voorzienig ingrijpen, maar kan er wel zijn (Ex.3). In dit beeld past b.v. o.a. de Abba-ervaring van Jezus.
    In de beide oudste evangelieverhalen schreeuwt hij tenslotte: Mijn god, mijn god, waarom heb je me verlaten? Waar is mijn metgezel nu gebleven?
    Heeft Jezus een verkeerd godsbeeld? Deugt dat van Abba of Metgezel niet?
    Het is opmerkelijk dat hij de god die hem verliet toch aanroept. Zoals de Joden in Auschwitz Kaddish bleven zeggen…
    Bij de mystici zie je hetzelfde.
    Wat kan ik daar mee? We praten dan niet over het spel dat geen referent heeft en dus alleen maar spel is, niks waard als het er op aankomt. De ervaring van mystici, ook van niet-theïsten, is anders.
    Groet, Jan

    • tja, spel dat geen referent heeft… hangt van de speldefinitie af, in dit geval de mijne: betekenisgeving met dubbel perspectief. Zolang het spel duurt is er een referent, en daarom niet ‘alleen maar spel’ en dus ook niet ‘niks waard’.
      André

  2. Ja, ik ben het helemaal eens met Jan de Jongh en hem dankbaar voor deze repliek, die ikzelf niet zo goed had kunnen schrijven. Ik probeer: Als het godsbeeld een relatie, een broederschap is door dik en dun, dan lijdt deze metgezel evenzeer als ik. Ik heb hem dan niets te verwijten, wél te bevragen. Of er een God is die kan/wil ingrijpen, of er een meewerkende kracht is als we vertwijfeld naar een koninkrijk Gods verlangen? Of een vervloeking uitbrengen? Ik wéét niet waar de krachten in het leven liggen…. Dat behoort voor mij tot het geheim van het leven. Daarvoor ben ik lang genoeg in Brazilië geweest.
    Corry Visser-Hoekstra

  3. God is voor mij een mysterie, energie, licht/liefde en kracht, een ontdekking tijdens mijn pelgrimstocht naar ‘binnen’. Door het een mysterie te laten blijven ondersteunt het mij in mijn pelgrimstocht door het ‘leven’, te ‘doorleven’ om zo te ‘overleven’.

  4. Mooie druppel.
    Een door ontologische interessen gestuurde theologische en gelovige taal heeft nog wel een oceaan aan druppels nodig voor de transitie van ‘zijn’ naar die voor ‘zin’ (geving).
    En voor die van ‘kerktheologie’ naar ‘cultuurtheologie’.

  5. Over dit onderwerp is een heel referaat te produceren. Twee punten:
    Als de Vader had ingegrepen bij het kruis, had Hij het menselijk lijden onwaardig, niet waar gemaakt. Nu lijdt Hij mee. Dat kun je een (ernstig) spel noemen, als ik André goed aanvoel.
    Ik heb God een tijdlang in nood uitgescholden. Bespaar u de woorden. Dat doet erg pijn, maar dan weet je wel wat bidden is. Even ernstig. Totdat het ineens niet meer hoefde. Sindsdien zijn we goede maatjes. Toen was het niet meer ernstig.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *