BETROKKEN GODSDIENSTWETENSCHAP – de bijdrage van Henk Vroom (1945-2014)

Gisteren is mijn vriend en collega Henk Vroom begraven. Hij is 68 jaar geworden. Hij was hoogleraar godsdienstfilosofie bij de Faculteit der Godgeleerdheid van de Vrije Universiteit. Ik heb veel van hem geleerd. 

Henk was jarenlang de trekker van een onderzoeksgroep waar religie en vooral de dialoog tussen religies centraal stond. Ik heb een jaar of vijftien meegedraaid in die groep. Mijn taak was het de sociale wetenschappen te vertegenwoordigen in dat gezelschap van theologen en godsdienstwetenschappers. Tegelijk leerde ik de theologische en godsdienstwetenschappelijke aanpak kennen.

Henk bedacht meestal de thema’s van de onderzoeksprogramma’s en organiseerde de daarbij horende internationale conferenties. Die vonden gemiddeld om de twee jaar plaats. Hij zorgde ook voor een reeks met bundels waar de verhalen in kwamen die op die conferenties werden gehouden. Aan een aantal van die conferenties en bundels heb ik meegewerkt. Ze dwongen me na te denken over thema’s waar ik me uit mijzelf niet mee zou bezig houden. Het waren gelegenheden tot bijleren.

Van Henk leerde ik dat de mens betekenisgever is. Hij was door zijn promotieonderzoek thuis op het terrein van de hermeneutiek, het onderzoek naar de manier waarop betekenissen tot stand komen en weer veranderen. Hermeneutiek is betekenis geven aan betekenisgevers. Als het om religie gaat, kan die betekenisgeving via allerlei heilige teksten bekeken worden, maar ook in leerstellige uitspraken of in rituelen.

Een belangrijk aspect is daarbij hoe de machtsverhoudingen de betekenisgeving bepalen. Bijvoorbeeld in de dialoog tussen godsdiensten speelt macht mee, vooral als woordvoerders van een religie menen de waarheid in pacht – of zelfs eigendom – te hebben. Een ander voorbeeld stamt uit de eerste internationale conferentie van onze onderzoeksgroep, die over ‘syncretisme’ ging, de vermenging van elementen uit verschillende godsdiensten. Dat mengen gebeurt zelden tot genoegen van de leiders van een religie. Syncretisme is daardoor lang een verketterende term geweest. Syncretisten werden gezien als niet zuiver in de leer. De conferentie werkte als een rehabilitatie van syncretisme. Van een scheldterm werd het een beschrijvende term.

Als betekenistoekenning zo nadrukkelijk geïnterpreteerd wordt, leidt dat gemakkelijk tot een zekere relativering van ogenschijnlijk absolute standpunten. In de manier waarop Henk de hermeneutiek beoefende, kreeg die relativering de ruimte. In de Gereformeerde Kerken zorgde hij voor een andere visie op het gezag van bijbelteksten, met als bijzonder neveneffect een andere kijk op homoseksualiteit. In een van onze laatste gesprekken, kort voor zijn overlijden, vertelde hij me hoe dat allemaal gegaan was destijds, en welke machten er een rol speelden in de besluitvorming.

Henk nam het initiatief om een studierichting ‘Religie en Levensbeschouwing’ aan de VU te vestigen. Het bijzondere van die opleiding was dat in de colleges de dialoog tussen religies gepraktiseerd kon worden en mensen op hun overtuiging konden worden aangesproken. Terugkijkend was het vestigen van die studierichting het begin van een lang proces waarbij de theologische faculteit niet slechts het christendom als kader nam, maar geleidelijk plaats ging bieden aan theologen van andere wereldreligies. Henk leverde zijn bijdrage aan dit proces. Hij was de voortrekker bij het stichten  van een centrum voor islam-theologie, ook wel imam-opleiding genoemd. Daarnaast stimuleerde en verrichtte hij onderzoek gericht op de boeddhistische Kyoto-school in Japan.

Waar het de godsdiensten betreft, sprak Henk van ‘Een waaier van visies’, de titel van een van zijn toonaangevende boeken. Binnen die waaier verdedigde hij – ook voor zichzelf –  het recht op een eigen, eventueel heilige overtuiging. Dat leverde voor partners in de dialoog tussen religies een veilige gespreksbasis op.

Henks voorkeur voor toegepaste godsdienstwetenschap betekende niet dat hij de zogenaamde zuivere wetenschap op de koop toe nam. Hij was goed thuis in de wetenschapsleer en in de methodologie van ons vak. Samen met hem heb ik twee promovendi begeleid en in de begeleidingsgesprekken was duidelijk dat Henk alleen tevreden was met goed onderbouwde betogen, volgens de regels van het vak opgesteld. Hij was een echte wetenschappelijke ambachtsman. Ook daarom heb ik veel van hem opgestoken.

Henk paste zijn wetenschap toe waar hij maar kon. Buiten de universiteit bespeelde hij diverse podia, vaak om de oecumene en de interreligieuze dialoog te bevorderen. Zo was hij lang actief in de Gereformeerde Kerken, de PKN, en de Raad van Kerken. Ook was hij leidend bij het ‘Centraal Weekblad’, later ‘Christelijk Weekblad’. Ik heb wel eens gedacht dat dit blad wat Henk betreft ook wel ‘Religieus Weekblad’ mocht heten. Bij het wetenschappelijk bureau van het CDA heeft Henk regelmatig stof tot bezinning geleverd.

In zijn laatste levensjaar publiceerde hij, hoewel al ziek, nog twee boeken. Het ene bevat ruim twintig van zijn artikelen over religieuze diversiteit, die hij eerder in internationale tijdschriften en bundels had gepubliceerd. Het andere heet ‘Ik en de ander – Solidair zijn in een ik-tijdperk’, en gaat over de consequenties van de individualisering.

In zijn vele publicaties leeft Henk Vroom voort. Dat is de erfenis die hij voor ons allemaal achterlaat. Voor mij was het een voorrecht hem te kennen en te mogen delen in zijn kennis en inzicht. Zijn voorbeeld in het bedrijven van betrokken wetenschap zal mij blijven inspireren.

Voor de website ‘NieuwWij’ schreef ik een ‘In Memoriam’.

31-240114
NB reacties op columns worden in eerste instantie alleen door André Droogers gezien.

Één reactie op “BETROKKEN GODSDIENSTWETENSCHAP – de bijdrage van Henk Vroom (1945-2014)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *