BAROMETER

Dagjesmensen die in de zomer de stad Utrecht doen, lopen de binnenstadskerken in. Ik ben een van de tweehonderd vrijwilligers van Kerken Kijken Utrecht die ervoor zorgen dat de deuren van die kerken open staan. Leuk werk!

We verwelkomen de bezoekers en vertellen desgewenst iets over het kerkgebouw. Het gaat niet om evangelisatie. Dit is primair een VVV-activiteit.

De bezoekersaantallen lopen per zomer per kerk in de duizenden. Veel buitenlanders, maar nog meer Nederlanders. Ik ben vrijwilliger in twee kerken, de Janskerk op het Janskerkhof, van de Oecumenische Studentengemeente, en de kerk van de Doopsgezinde Gemeente aan de Oudegracht.

Het leukste van dit vrijwilligerswerk is het contact met mensen. Ik luister als gids, maar ook als André en als godsdienstantropoloog. Wat zeggen mensen dan?

Heel diverse en soms ook heel persoonlijke dingen. Maar opvallend vaak komt het moment dat de bezoeker vraagt: ‘Hier wordt zeker geen kerk meer gehouden?’. Kerken hebben kennelijk de naam dat ze niet meer gebruikt worden voor het oorspronkelijke doel.

Aangezien nog maar een zesde van de Nederlanders met enige regelmaat in een kerkdienst komt, is de kans groot dat de vragende bezoeker alleen in een kerk komt als daar iets niet-kerkelijks gebeurt. Bijvoorbeeld als concertbezoeker. Of als dagjesmens.

Voeg daarbij dat de kerk de laatste tijd vooral in het nieuws is omdat kerkgebouwen afgebroken worden of voor andere doelen worden ingericht: appartementen, boekhandels, supermarkten. De Utrechtse bisschop heeft wat het sluiten van kerken betreft inmiddels een reputatie opgebouwd.

Het is dus helemaal niet verwonderlijk dat bezoekers dit beeld hebben van kerkgebouwen en tot hun retorische vraag komen.

In beide kerken leg ik dan uit dat er nog steeds kerkdiensten worden gehouden en dat bloeiende gemeenschappen daarvoor zorgen. Die mededeling verandert meestal de aard van het gesprek.
Bijna verontschuldigend vertelt men niet meer naar de kerk te gaan, maar wel na te denken over de uiteindelijke levensvragen.

De excuses lijken er allereerst op te wijzen dat men erkent zich vergist te hebben. Maar ik hoor er ook in door dat men zo vrij is het monopolie van de kerk op zingeving te doorbreken. Hoewel als uitgewerkt restant, vindt het gezag van dominee en pastoor bij hen nog enige erkenning, maar het speelt verder geen rol meer.

De bezoekers geven ook aan, zonder dat met zoveel woorden te zeggen, dat ze kerkgang geen voorwaarde vinden om over de zin van het bestaan na te denken. Het lijkt of ze onder een levensbeschouwelijke herverkaveling grondgebied terugpakken.

Vervolgens gaat het gesprek over de standpunten die iemand koestert. Over leven en dood, over tegenslagen, over goed zijn voor anderen, over ervaringen met de kerk en kerkmensen, over wat voor zorgwekkende dingen er in de samenleving allemaal passeren. Soms vertellen mensen in vijf minuten hun levensverhaal.

Als ik kijk naar al die gesprekjes en gesprekken, raadpleeg ik in feite de levensbeschouwelijke barometer van Nederland. De ironie is dat ik dat doe binnen de muren van eeuwenoude kerkgebouwen.

Ik lees van die barometer af dat zo ongeveer vijfzesde van de Nederlandse bevolking afscheid heeft genomen van de institutie kerk, maar niet van het nadenken over zingevingsvragen. En dat men daar, na enige aarzeling, zelfbewust voor uit wil komen. En vooruit wil komen.

Mooi weer!

142-230916

NB In verband met spam worden reacties op deze column in eerste instantie alleen door André Droogers gezien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *